De Nederlandse zoete wateren worden ernstig bedreigd door vervuiling, kanalisering en ander onheil. Mede daardoor is het aantal otters in ons land dramatisch afgenomen. Maar zoals zeehond en walvis het grote publiek warm hebben kunnen maken voor de wereldzeeën, zo kan de otter voortrekker worden in de strijd voor een beter zoetwatermilieu. Dat is althans de boodschap die een aantal biologiestudenten hebben verpakt in de oprichting van de Stichting Otterstation Nederland.
Initiatiefnemer van de actie is Addy de Jongh, bijna afgestudeerd biologiestudent. Hij zelf kwam in contact met de otter tijdens een verblijf op de Shetlandeilanden, waar hij onderzoek deed naar het onderwatergedrag van wilde otters, Met één ervan werd hij zelfs zulke goede maatjes dat ze bij hem in de slaapzak kwam slapen. Addy de Toms h: ”Ze zijn ongelooflijk speels, en vragen steeds om je aandacht.
Van nature zijn het solitaire dieren, maar ze kunnen wel erg op mensen gericht raken. Ze willen voortdurend spelen.” Deze eigenschap vormt een belangrijk argument om de otter te gaan gebruiken als symbool voor acties om het Nederlandse zoetwatermilieu te verbeteren. Zoals de lieve zeehondjes Greenpeace aan wereldwijde belangstelling voor het zoute water hebben geholpen, en Lenie ’t Hart met haar kroost de aandacht op de PCBvervuiling in de Waddenzee heeft gevestigd, zo moet ook de hoge ’aaibaarheidsfactor’ van de otter het zoete water gaan redden.
De doelstelling van de kersverse stichting valt in drie delen uiteen.
Ten eerste moet er een fokprogramma komen voor de uitbreiding van de otterpopulatie in Nederland. Verder moet er een onderzoeksprogramma worden gestart om meer over de otter en zijn leefmilieu te weten te komen. Tenslotte moet met behulp van een educatief programma het brede publiek duidelijk worden gemaakt dat het tijd is om in actie te komen.
Volgens Bart Nolet, toekomstig ’wetenschappelijk coördinator’ van het otterstation, is het niet schadelijk voor de natuurlijke populatie om gefokte dieren in het wild uit te zetten: ”’De populaties in Nederland zijn versnipperd, en hebben vrijwel geen contact met elkaar. Dan moet je het juist wél doen, om extra genetisch materiaal in te brengen.”
Dat uitzetten zal echter pas gebeuren als de waterkwaliteit weer voldoende is, dus dat kan nog wel even duren.
Wat moet er in de tussentijd met het zoetwater-milieu gebeuren wil de otter in Nederland weer een kans krijgen? Bart Nolet: ”Er moet bijvoorbeeld meer oevervegetatie komen. Onderzoek hieraan heeft sterke aanwijzingen gegeven dat dat belangrijk is voor de otter.’’ Addy de Jongh: “Verdere kanalisatie moet ook worden tegengehouden. En natuurlijk moet er iets worden gedaan aan de watervervuiling, dat is wel het belangrijkste. Je zou alles kunnen samenvatten onder verbetering van de ’oecologische infrastructuur’. Dat zou ook goed zijn voor het landschap als geheel.”
Fabeltjeskrant
Ondertussen hebben de initiatiefnemers een mooi oprichtingsplan geschreven, toezeggingen gekregen omtrent de plaats van het te bouwen station (Hortus de Wolf), wetenschappelijke staf bereid gevonden tot ondersteuning en zijn ze al te horen geweest op de radio, terwijl er een voorstel ligt voor een TV-optreden. Dit laatste in het kader van een landelijke publiciteitscampagne, onder meer bedoeld om geld binnen te brengen. Want plannen zijn leuk, maar de startbegroting van de stichting laat een totale uitgavenkant zien van zo’n 1,8 ton, waarvan 80 procent uit subsidies moet komen en de rest uit giften.
Is er al iets binnen? Bart Nolet: “Een groot deel van het bedrag hopen we binnenkort van het Wereld Natuur Fonds te krijgen.
Die hebben ook de otter naar voren geschoven als zogenaamde indicatorsoort voor ‘wetlands’ met goede waterkwaliteit. Dan hopen we dat ook de andere subsidiegevers over de brug komen.”
Eén van die beoogde geldschieters is de Rijks Universiteit Groningen, op wie via het Stimuleringsfonds voor de Regio een beroep voor 0,5 ton wordt gedaan.
Welke positieve invloeden op de regio zijn van het plan te verwachten? Addy de Jongh: “In de Hortus zullen otters te bezichtigen zijn, wat – naar wij hopen een toeristische attractie zal worden. We denken dat het werkgelegenheid oplevert, bijvoorbeeld in de vorm van dierverzorgers, educatieve medewerkers, maar op den duur ook van planologen en dergelijke. En NoordNederland wordt er, als alles goed gaat, mooier van.”
Maar de oorspronkelijke streefdatum om met de bouw te beginnen, voorjaar 1986, is al wat te optimistisch gebleken. Addy de Jongh: ’’Wat dat betreft staan we weer met beide benen op de grond. Dat zal wel zomer 1986 worden.”
“Misschien is het wel leuk om nog iets te vertellen over een stukje public relations”, zegt Addy tenslotte. “We hebben een brief gestuurd naar de omroepen in Hilversum, met het voorstel een otter, genaamd Ot, op te nemen in de Fabeltjeskrant. Je kunt tenslotte niet vroeg genoeg beginnen met indoctrinatie, eh.. educatie.”
Otterstation Nederland/A. de Jongh, giro 34.12.176
