Menu Close

Architecten blijven geloven in wolkenkrabber

Staatscourant, november 2001

Sinds de val van de Twin Towers wantrouwen bewoners van Amerikaanse wolkenkrabbers elk vliegtuig dat overkomt. Bedrijven beginnen hun werknemers over meerdere locaties te spreiden. Heeft de wolkenkrabber afgedaan?

WASHINGTON — Het was anderhalve week na de inslag van twee Boeings in het Newyorkse World Trade Center. Op de vloer van de aandelenbeurs van Chicago ontstond een vals gerucht: een vliegtuig zou zijn gekaapt, en onderweg zijn naar de stad.

Binnen een half uur stonden honderden verschrikte kantoormedewerkers uit de Sears Tower, de trots van Chicago, op straat. Sommigen waren in paniek naar hun auto gevlucht en bevonden zich op dat moment al op de snelweg.

Het was vals alarm deze keer. Maar de gebeurtenis onderstreept hoe, voor wie werkt in hoge kantoorgebouwen, het leven na 11 september is veranderd. Werknemers én hun werkgevers kijken inmiddels met andere ogen naar het prachtige uitzicht vanaf hun bureau op de vijfendertigste verdieping van een kantoorkolos.

De wolkenkrabber is een typisch Amerikaanse uitvinding, meent Bruce Fowle, partner van het Newyorkse bureau Fox & Fowle en lid van de commissie die beslist hoe het gat van het World Trade Center zal worden opgevuld. De droom van de ‘verticale stad’, aldus Fowle, ging hand in hand met de Amerikaanse fascinatie voor vernieuwing, technologie en commercie. En, niet te vergeten, een voorliefde voor grote, opschepperige dingen.

De wolkenkrabber definieerde op zijn beurt de vorm van Amerikaanse steden: geen intieme pleinen en oude paleizen, maar binnensteden met ongekend hoge dichtheden. De rest van de wereld heeft die trend gevolgd: de hoogste gebouwen verrijzen dezer dagen niet meer in de Verenigde Staten, maar vergroten het zelfvertrouwen van landen als Maleisië, China en Japan.

De aanslag in New York heeft het denken echter definitief veranderd: niet langer staan wolkenkrabbers louter voor vooruitgang en optimisme: net als het kaartenhuis zijn ze symbool geworden voor de kwetsbaarheid van het moderne leven. De aanslag van 2001 was wel de grootste, maar niet de eerste: in 1993 veranderde een bom het aanzien van de City in Londen, en deed Al Quaida zijn eerste poging de Twin Towers te laten vallen. In 1999 onderschepte de Spaanse politie een vrachtwagen vol explosieven. Het doelwit, zo bekende een van de gearresteerde ETA-leden onlangs, was de Picasso-toren, het hoogste kantoorgebouw van Madrid, en gebouwd door Leslie Robertson, de ingenieur die ook tekende voor de constructie van het gevallen WTC.

Niet alleen werknemers in mega-gebouwen worden overvallen door een nieuw gevoel van kwetsbaarheid. De Amerikaanse investeringsbank Morgan Stanley, een van de grootste ter wereld, zou eind dit jaar haar gloednieuwe hoofdkantoor in Manhattan betrekken — twee trotse torens aan weerszijden van een straat. Na 11 september ging het roer echter resoluut om: om te voorkomen dat één aanslag een einde kan maken aan het hele concern, werd een van de twee nieuwe gebouwen direct doorverkocht. Om het risico te spreiden verhuist de helft van het hoofdkantoor naar Jersey City, aan de overkant van de Hudson-rivier.

Zelfs Amerikanen vragen zich nu af: heeft de wolkenkrabber als statussymbool definitief afgedaan?

Nee, menen in elk geval enkele van ’s werelds meest hoogteminnende bouwmeesters en architecten. Op een symposium in het Nationale Museum van de Bouw, onlangs hier in Washington, getuigden zij van hun ongeknakte aandrang om de hoogte in te gaan.

Zelfs Leslie Robertson, een van de WTC-bouwers en betrokken bij twee andere gebouwen uit de top-zes van ’s werelds hoogste gebouwen, heeft zijn geloof in de wolkenkrabber niet verloren. Niet dat hij denkt dat wolkenkrabbers tegen omlaag vallende vliegtuigen zijn te beschermen — wie de ontwikkelingen in de luchtvaart bekijkt, weet dat dat hopeloos is: in 2006 vliegen de eerste exemplaren van de Airbus 380, met drieënhalf keer zo veel brandbare kerosine als de Boeing 767 die het WTC vloerde. `Proberen gebouwen daartegen bestand te maken zou een verschrikkelijk verkwisting van tijd, geld en energie zijn’, aldus Robertson — energie die hij zelf liever besteedt aan plannen voor nieuwe reusachtige gebouwen in zowel de V.S., Azië als Europa.

Volgens Paul Katz, directeur bij het internationale architectenbureau KPF, hebben stedenbouwers in feite geen keus: de noodzaak om miljarden mensen de huisvesten zonder de planeet te verstikken, vraagt in zijn ogen om steden met steeds hogere dichtheden. `De meerderheid van de wereldbevolking woont inmiddels in steden,’ aldus Katz. `Dankzij hoge gebouwen kunnen zij toe met minder ruimte, minder energie en meer publiek transport. Negentig procent van hen die in de Twin Towers werkten, gebruikten niet de auto om er te komen.’

De val van de torens, meent Katz, zouden hooguit consequenties moeten hebben voor Amerikaanse bouwvoorschriften. In vergelijking met elders zijn die minder strikt: rookvrije gangen, bredere brandtrappen en afzonderlijke toegangen voor de brandweer maken Europese torens veiliger dan hun Amerikaanse voorbeelden. Katz’ kantoor is ook in Nederland actief: de vernieuwing van het World Trade Center in Amsterdam, een nieuwe kantoortoren bij het Utrechtse Europaplein en de bijna voltooide Hoftoren in Den Haag worden door KPF gebouwd.

‘De 21-ste eeuw wordt de eeuw van de hoge gebouwen’, voorspelt Katz — ‘niet om de hoogste te zijn, niet voor de status, maar om steden te laten overleven.’

Het einde van de wolkenkrabber, meent zijn collega Bruce Fowle, wordt vooral voorzien door degenen die er altijd al een hekel aan hadden. `Sommigen misbruiken de gebeurtenissen van september voor een oud doel: het bouwen van Europese steden in Amerika,’ waarschuwde Fowle zijn gehoor. `En ik erken dat we onze wolkenkrabbers moeten verbeteren. We moeten ze beter integreren met de stad eromheen — lunchrestaurants hoog in de torens, winkels aan de buitenkant op de begane grond, woningen op de hoogste verdiepingen. De gebeurtenissen van 11 september zullen ons daarbij niet ontmoedigen.’

Related Posts