Menu Close

VS lopen warm voor hybride

Staatscourant, juli 2001

Auto’s die rijden op stroom en benzine zijn onverwacht populair in de VS. Maar de Amerikaanse belastingwetgeving weet met de hybriden geen raad.

WASHINGTON — James Taylor, de beroemde zanger, heeft er al één. Leonardo di Caprio, ster uit de film Titanic, heeft er zelfs twee. Directeuren van milieuorganisaties rijden er zonder gewetensbezwaren in rond. Ten minste drie leden van het Amerikaanse Congres zijn al trotse bezitters, minstens vier staan op de groeiende wachtlijst om het te worden.

De hybride auto dreigt een hit te worden in de Verenigde Staten, voordat de overheid haar regels op orde heeft.

Anderhalf jaar geleden introduceerde de Japanse autofabrikant Honda de eerste hybride personenauto op de Amerikaanse markt: de Insight, een tweepersoons sportmodel, dat naast een benzinemotor ook over een elektrische motor beschikt. Die elektrische motor geeft de lichte, zuinige benzinemotor extra kracht op de spaarzame momenten dat dat nodig is.

Een jaar geleden volgde Toyota, dat met het Prius-model mikt op de markt voor gewone middenklassers. Ook de Prius heeft twee motoren, maar draait de volgorde om: de benzine-motor komt pas in actie wanneer de elektrische tweelingbroer het niet aankan.

Wat beide hybride-modellen gemeen hebben, is dat ze zonder speciale benodigdheden enorm besparen op de benzine. Opladen via het stopcontact is niet nodig — het vermogen stroom terug te winnen uit afremmen en via de elektromotor weer in aandrijving om te zetten, maken hybriden ongekend zuinig. De Honda Insight rijdt op de snelweg ruim 28 kilometer op één liter benzine, de Toyota Prius haalt zijn top (1 op 22) vooral in de stad.

Beide autofabrikanten begonnen voorzichtig — op dit moment voert Toyota jaarlijks twintigduizend Prius-modellen uit, waarvan twaalfduizend naar de VS en achtduizend naar Europa. (In Nederland, waar oud-milieuminister Margreet de Boer in 1998 twee weken in een Prius werd rondgereden, is de aanvoer dit jaar nog een bescheiden vierhonderd.) Honda doet het nog voorzichtiger aan: in de VS hoopt het bedrijf dit jaar vijfduizend van haar sportmodellen te verkopen, in Europa zijn de verwachtingen helemaal minimaal.

De industrie aarzelt, deels uit onzekerheid over de vraag, deels ook omdat hybride auto’s worden gezien als niet meer dan een tussenstap: fabrikanten investeren gelijktijdig miljarden in wat wordt gezien als het einddoel: elektrische auto’s op brandstofcellen, die geen benzine meer nodig hebben en zo in een klap hun milieuvijandige kwijtraken.

Maar de voorzichtige aanvoer leidt in de VS nu tot lange wachtlijsten — gemiddeld moet men nu vijf maanden wachten om een hybride te kopen. Dat eerste succes maakt fabrikanten iets minder voorzichtig: Honda heeft aangekondigd in 2002 tienduizend hybride Civics op de Amerikaanse markt te introduceren. Amerikaanse fabrikanten lanceren vanaf 2003 hun eerste hybride modellen. En vorige maand maakte Toyota bekend in 2005 driehonderdduizend hybriden te willen maken — bijna tien keer zo veel als de huidige capaciteit.

De grote vraag is nu of de Amerikaanse overheid wil meehelpen de vraag naar hybriden extra impulsen te geven — met andere woorden, uit te breiden tot buiten de stadsgrenzen van Washington en Hollywood.

Lokale overheden zijn daar al mee begonnen: in milieubewuste staten als Oregon en Maryland mogen hybride-kopers tot 1500 dollar van hun inkomen aftrekken voor de (overigens lage) lokale belastingen; in de staat Virginia mogen forensen met een hybride auto ook in hun eentje op de carpool-strook.

De federale overheid lijkt echter door de komst van hybriden overvallen. Regels voor de inkomstenbelasting uit 1992 geven weliswaar een aftrekpost tot 4000 dollar aan kopers van ‘motorvoertuigen die voornamelijk worden voortgedreven door een elektrische motor’. Maar anders dan in Nederland, waar in de volgend jaar aflopende vrijstelling van de Belasting Personenauto’s en Motorrijwielen (BPM) expliciet over hybriden wordt gesproken, is in de VS onduidelijk of deze auto’s onder de regels vallen. Hoewel zelfs de belastingdienst twijfelt, lijkt de communis opiniodat hybriden níet onder de regels vallen, omdat ze naast een elektromotor ook over een benzinemotor beschikken.

In de campagne voor het Amerikaanse presidentschap bepleitte kandidaat Gore vorig jaar daarom voor het geven van nieuwe belastingimpulsen aan bezitters van hybride auto’s. Het kwam hem op de hoon van zijn opponent Bush te staan — het was een voorbeeld, vond Bush, van het heilloze micro-management dat de Democratische kandidaat voor zou staan.

Als president heeft Bush inmiddels echter een draai van 180 graden gemaakt. In zijn recente Nationale Energieplan bepleit hij de expliciete instelling van een aftrekpost voor hybride auto’s tot het jaar 2007. Hoe hoog de aftrekpost zal zijn, en welke auto’s ervoor in aanmerking zullen komen, daarover wil hij onderhandelen met het Congres.

Aan een duidelijk antwoord op die vraag zal Bush nog een harde dobber krijgen. Want bijna elke autofabrikant heeft inmiddels hybriden op de tekentafel, elk met wijd uiteenlopende eigenschappen. Ford, bijvoorbeeld, kiest voor hetzelfde systeem als Toyota, met een elektrische motor als ‘primaire’ aandrijving. General Motors en DaimlerChrysler daarentegen gebruiken het Honda-systeem, dat voordeliger is op de lange afstand, maar in de stad beduidend minder zuinig. Europese automakers, zoals Fiat, Citroën en Renault, hebben elk weer hun eigen systeem.

Lobbyisten voor de automakers zijn hun werk in Washington inmiddels begonnen. Voor de politici wordt het een moeilijke vraag waar ze de grens moeten trekken. Want anders dan de Japanners, die hun hybride motoren inbouwen in kleine, zuinige auto’s, zoeken Amerikaanse fabrikanten hun heil in auto’s die nu het meest worden verkocht: benzineslurpende jeeps, trucks en grote gezinsauto’s.

Niemand hoeft straks dus vreemd op te kijken wanneer het Amerikaanse Congres binnenkort duizenden dollars subsidie verstrekt aan de koper van een ontzagwekkende Ford Excursion, omdat die dankzij een extra elektromotor zijn benzineverbruik heeft verminderd: op één liter benzine komt hij niet meer vijf, maar wel zes kilometer vooruit.

Related Posts