Menu Close

De stoere kant van de verpleegkunde

Nu vrouwen minder vaak voor de verpleegkunde kiezen, moeten meer mannen tot het vak worden verleid. Als dat mislukt, meent verpleegkundige en econoom Peter Buerhaus, dan zal het tekort aan werkkrachten reusachtige vormen aannemen, en komt de kwaliteit van de zorg in het gedrang.

NEE, verzekert de hoogleraar me aan het eind van het gesprek, het is geen grap. Hij doet het nog altijd wanneer hij uit eten gaat. Wanneer zich aan zijn tafel een attente jonge ober meldt, brengt hij het gesprek op diens loopbaan. Heeft hij wel eens aan de verpleging gedacht?

Buerhaus: “De meesten zeggen dan: nee. Of ze denken: de verpleging, daar zijn toch al die problemen? Maar bij sommigen heb ik interesse weten te wekken. Soms ben ik uit eten met een ziekenhuisdirecteur, en zeg ik: deze meneer betaalt je opleiding wel. En voor je het weet worden dan de telefoonnummers uitgewisseld.”

Peter Buerhaus (49), hoogleraar aan de School of Nursing van de Vanderbilt-Universiteit in de Amerikaanse stad Nashville, weet waarover hij praat: tegenwoordig mag hij een invloedrijk onderzoeker zijn, hij begon zijn loopbaan ooit als verpleegkundige.

“Mijn vader was ziekenhuisdirecteur, en nodigde vaak artsen van elders uit te logeren. Aan de eettafel werd mij dan gevraagd: ‘En, jongeman, wat wil jij later worden?’ `Dokter,’ zei ik aanvankelijk. Maar soms zei zo’n arts dan: ‘Nee, je moet in de verpleging gaan: minder uren, een goed salaris.’ Dat zette me aan het denken. Toen ook mijn oudere zus enthousiast terugkwam van haar verpleegkunde-opleiding, besloot ik haar voorbeeld te volgen. Zoals veel jongens in die tijd, trouwens: de oorlog in Vietnam was net voorbij, en veel hospikken wilden van hun ervaringen profiteren. Er zaten twaalf jongens in mijn klas van 62 studenten — een flink percentage.”

Hebt u ooit spijt gehad dat u geen arts bent geworden?

“Oh nee. Het is niet bedoeld als kritiek, maar persoonlijk vind ik de geneeskunde in de praktijk nogal eentonig. Je ziet steeds dezelfde klachten, negen van de tien keer weinig interessant. De verpleging gaf mij veel meer variatie en uitdaging, elke dag opnieuw. Bovendien zag ik enorme carrièrekansen: met al die verschillende richtingen kon ik mijn leven lang elke twee jaar iets anders doen, waar ook ter wereld. Als dokter had ik jarenlang vast gezeten aan het afbetalen van mijn studieschulden. Ik zag verpleegkunde als de manier om de wereld te zien en te doen waar ik zin in had.”

“Alles bij elkaar zat ik ruim zes jaar in de praktijk, aanvankelijk in een klein lokaal ziekenhuis, vooral op de intensive care. Ik ontmoette er mijn vrouw, zo’n typische ziekenhuis-roman. Ik werd hoofd van de afdeling, meldde me aan bij een management-opleiding en ontdekte, tot mijn eigen verbazing, hoe interessant ik economie vond. Het was alsof er een lampje in mijn hoofd aanging. Uiteindelijk ging ik door met een promotieonderzoek, en richtte me volledig op de economische aspecten van de verpleegkunde.”

“Patiënten zie ik tegenwoordig niet meer, en dat is waarschijnlijk maar goed ook, want van mijn vroegere vaardigheden is weinig meer over. Toch zie ik mezelf nog steeds primair als verpleegkundige. Mijn werk ligt nu alleen in een ander vlak: ik produceer objectieve onderzoeksgegevens over kwesties die de verpleegkunde raken, en dien zo de belangen van verpleegkundigen op de werkvloer.”

“Als ik met mijn economische pet op naar het vak kijk, ben ik vooral geïnteresseerd in de vraag hoe we zorgen dat voldoende verpleegkundigen op het juiste moment de juiste dingen doen voor patiënten en voor hun families. En dat voor zo weinig mogelijk geld, want ook verpleegkundigen moeten de kosten willen beheersen. Hoe lager immers de kosten, des te meer mensen toegang hebben tot zorg. Maar tegelijk moeten we als professie voortdurend zoeken naar manieren om de kwaliteit van de zorg op peil te houden en te verbeteren.”

“Verpleegkundigen riepen natuurlijk al heel lang dat bij onderbezetting de kwaliteit gevaar loopt. Maar dat werd alleen ondersteund met anekdotes, niet met harde bewijzen. Het was nooit echt goed onderzocht. Dát was de reden dat ik halverwege de jaren negentig, met mijn collega’s van de Harvard-universiteit en subsidie van de regering, begon aan een zeer groot onderzoek naar het verband tussen verpleegkundige zorg en de gezondheid van ziekenhuispatiënten. Alles bij elkaar keken we naar gegevens van meer dan zes miljoen patiënten, verspreid over achthonderd ziekenhuizen.”

“Wat we vorig jaar konden aantonen is dat in ziekenhuizen waar geregistreerde verpleegkundigen meer tijd aan patiënten besteden, die patiënten eerder naar huis gaan en minder vaak kampen met complicaties als urineweginfecties, maag-darmbloedingen, longontstekingen of een hartstilstand. Ook de kans dat ze aan een van deze complicaties overlijden is kleiner. De verschillen waren misschien niet dramatisch, maar in mijn ogen vormden ze het topje van de ijsberg. In de kaartenbakken die wij konden bekijken zijn veel complicaties waarschijnlijk niet eens vermeld.”

Wat de uitkomsten in de ogen van Buerhaus zorgelijker maakt, is dat volgens zijn berekeningen over een jaar of tien in de Verenigde Staten grote tekorten aan verpleegkundigen zullen ontstaan. Amerika telt nu ongeveer 35 miljoen 65-plussers, en dat aantal zal tussen 2010 en 2020 oplopen van 40 miljoen tot 54 miljoen. De vraag naar zorg zal dus exploderen, en dat terwijl er volgens Buerhaus mínder verpleegkundigen beschikbaar zullen zijn.

Buerhaus: “In 2020 zal Amerika volgens onze berekeningen ongeveer even veel verpleegkundigen tellen als nu. Maar tegen die tijd gaan er jaarlijks meer met pensioen dan er jonge verpleegkundigen bij komen. Volgens de jongste prognoses komt Amerika dat jaar 800 duizend verpleegkundigen te kort om aan de vraag te voldoen. Dat wordt dus een héél groot probleem. Niet alleen in Amerika, maar wereldwijd. Want andere landen vergrijzen óók. En in welke richting, denkt u, dat Amerika zal kijken om zijn tekort te bestrijden? Over de grens! Het gebeurt nu al, en niet alleen bij ons. Ziekenhuizen zullen onder enorme druk komen te staan om verpleegkundigen uit het buitenland aan te trekken. Er zal een grote internationale handel in verpleegkundigen ontstaan, god mag weten met welke gevolgen.”

Vindt u het geoorloofd om verpleegkundigen uit het buitenland te halen?

“Ik ben er voor ongeveer 85 procent op tegen. Dit tekort is ons eigen probleem, dus moeten we het ook zelf oplossen, al was het maar omdat we buitenlanders zouden moeten aantrekken in aantallen die nog nooit zijn vertoond. Er zijn natuurlijk ook ethische problemen. Aan de andere kant zegt 15 procent van mij: wie ben ik om mensen tegen te houden die hier een beter bestaan op willen bouwen? Die de extra scholing en ervaring misschien goed kunnen gebruiken als ze ooit terugkeren naar hun geboorteland?”

“De kern van ons probleem is dat er minder jonge mensen zijn dan dertig jaar geleden, en dat bovendien steeds minder jongeren kiezen voor de verpleegkunde. Het laatste komt vooral doordat meisjes, door de emancipatie van vrouwen, vaker beroepen kiezen die ze als aantrekkelijker zien, met een hogere status en waarschijnlijk ook een hoger salaris. Verpleegkundige opleidingen kunnen daarmee niet concurreren, deels omdat het vak nog altijd kampt met het imago van hulpje-van-de-dokter, van je laten afbeulen door een ziekenhuis.”

Waar ziet u oplossingen voor het probleem?

“Er gebeuren al veel goede dingen. Salarissen gaan omhoog, ziekenhuizen doen serieuze pogingen om de werkomstandigheden te verbeteren en krijgen meer oog voor kwaliteit van de zorg. Er ontstaan grote landelijke reclamecampagnes, met steun van grote bedrijven als Johnson & Johnson. Maar het meest acute probleem is dat verpleegkunde-opleidingen zelf kampen met een tekort aan docenten, zodat geïnteresseerde jongeren geen opleidingsplaats kunnen vinden. Daarom heb ik ook een klemmend beroep gedaan op onze overheid om snel met meer geld over de brug te komen.”

“Toch moeten we niet denken dat vrouwen weer in even grote getale voor de verpleegkunde zullen kiezen als vroeger. Die tijd is voorbij. Onze grootste kansen, zowel hier als in Europa, liggen bij mannen. Als mannen even vaak voor de verpleegkunde gaan kiezen als vrouwen, dan zou ons probleem grotendeels opgelost zijn.”

“Het vak heeft een stempel van vrouwelijkheid, van zorgzaamheid. Daar is niets mis mee, zeker niet als je ziek bent. Ik heb zelf menig patiënt de hand vastgehouden en heel wat stervenden begeleid, en ik weet zeker dat heel veel mannen dat dankbaar werk zullen vinden. Maar ik denk dat we, door de mannelijke kanten van de verpleging meer te benadrukken, meer mannen over de streep zouden trekken. Dingen als beslissingen nemen, snel ingrijpen, de zaak onder controle hebben, de leiding nemen, werken met hi-tech-apparatuur, beheren van budgetten, rapporteren over genomen besluiten. Natuurlijk doen vrouwen dat ook, maar zulke kanten komen minder vaak voor het voetlicht. Hier beneden hangt een prachtige poster met een rij stoere, gespierde, mannelijke verpleegkundigen. Dát moeten we hebben.”

Als we er even van uitgaan dat de tekorten desondanks zullen oplopen, waar moeten verpleegkundigen zich dan op voorbereiden? Verandert het vak?

“Ik voorzie de opkomst van een nieuwe categorie personeel in de zorg. Ik weet nog niet hoe we ze zullen noemen, maar ze zullen laag opgeleid zijn, vergelijkbaar met mensen die nu hamburgers bakken in de McDonald’s. Verpleegkundigen zullen zelf weinig zorg meer verlenen, maar vooral leiding geven aan dit nieuwe personeel. En dat baart me grote zorgen. Want je hebt de kennis en besluitvaardigheid van een goed opgeleide verpleegkundige nodig om complicaties vroeg op te merken, om te zien welke patiënt een opbeurend praatje nodig heeft, om de familie op te vangen. Zulke taken kun je niet delegeren aan mensen die geen idee hebben hoe belangrijk goede zorg is.”

“Toch heb ik die toekomst scherp op mijn netvlies. Het houdt me ‘s nachts wakker. Het motiveert me om harde onderzoeksgegevens te produceren die de werkelijkheid van die toekomst levendig beschrijven, en duidelijk maken welke prijs we op het gebied van kwaliteit in de zorg zullen betalen.”