Menu Close

Bèta-vrouwenstudies van de baan

Het experiment met de Bètavrouwenstudies is ten einde.  De commissie die het geheel voor de faculteit Wiskunde en Natuurwetenschappen moest evalueren oordeelde uiteindelijk negatief, en adviseerde de faculteitsraad het project te beëindigen. Die ging daar, zij het met duidelijke aarzeling, mee akkoord.

Het ging om een sinds twee jaar lopend experiment, bestaande uit een collegeserie ’Vrouwen in de Natuurwetenschappen’. Hierin zouden volgens de opzet specifieke vraagstukken rond dit thema aan de orde moeten komen. Bij de start werd afgesproken dat na twee jaar een evaluatie zou volgen, op basis waarvan de faculteit zou besluiten over een eventueel vervolg. Hiertoe werd een commissie in het leven geroepen, waarin onder andere drie professoren uit de faculteit zitting namen.

Eén van hen, prof.dr.ir. P.J.C. Kuiper, over de motieven van de commissie voor haar negatieve eindoordeel: ’’Het waren te weinig béta-vrouwenstudies, de benadering was teveel sociologisch, maatschappelijk. Daar kwam dan nog bij dat het onderzoeksvoorstel erg onuitgewerkt was, zeker als je kijkt naar wat gebruikelijk is bij de Natuurwetenschappen.’’

Drs. J.P. Jansen Verplanke, die tot nu toe de 0.2 formatieplaats had vervuld, heeft een andere kijk op het gebeurde. Volgens haar is de kwestie in volstrekt politiek vaarwater terechtgekomen. ’’Bovendien’’, zegt ze, “heeft de faculteit de commissie een foute opdracht meegegeven. Ze moesten aangeven wat ze vonden van het niveau, en of ze vertrouwen hadden in de plannen. Er is niet geêvalueerd, zoals was afgesproken.” Ze vindt dat het bestuur in feite een politieke nederlaag heeft geleden, aangezien het voorstel is aangenomen met negen stemmen voor, zeven tegen en maar liefst twaalf onthoudingen. “Het was een zware commissie, met drie proffen, daar gaat de faculteit gewoon niet omheen.”

 Voorlopig zijn de Bètavrouwenstudies dus van de baan.  De raad nam echter wel met ’overweldigende meerderheid’ een motie aan waarin ze haar bereidheid uitsprak een eventueel nieuw onderzoeksvoorstel weer in beschouwing te willen nemen.