Menu Close

Vechten tegen de slaap

Slapen kun je nooit genoeg, denken onderzoekers. Wie dagelijks negen uur slaapt, brengt meer tot stand dan wie elke nacht tot twee uur doorwerkt.

‘Het is augustus 2004′, begint het hypothetisch verslag van een landingsactie van het Amerikaanse leger opgesteld door onderzoekers van het Walter Reed Army Institute of Research, even buiten de hoofdstad Washington.
‘Na een week van intensieve voor bereiding, waarin de soldaten hun bed nauwelijks hebben gezien, staan luchtlandingstroepen op het punt in een vliegtuig naar Zuidwest-Azië te stappen. In het commandocentrum geeft een computer aan dat de manschappen de afgelopen periode gemiddeld viereneenhalf uur slaap per dag gehad, terwijl direct na aankomst actie geboden is.’

De commandant activeert het nieuwe ‘slaapmanagementsysteem’ Zodra de soldaten in het vliegtuig zit ten, gaat het licht uit en krijgen ze het bevel hun groene pilletjes in te ne men. Al snel overstemt het geronk van snurkende soldaten het brom men van de vliegtuigmotoren. Zeseneenhalf uur later, drie kwartier voor de landing, worden ze gewekt en krijgen de opdracht hun gele pil te ne men. Het commandocentrum constateert tevreden dat de jongens gemiddeld vijfeneenhalf uur hebben geslapen, zodat ze volgens de rekenmodellen bij het uitstappen op negentig procent van hun vermogen zullen opereren.

Desastreuze gevolgen

Niet geheel toevallig eindigt boven staand scenario in een snelle over winning voor de Amerikanen. Want de gedragsbiologen van het militaire onderzoeksinstituut hebben al moei te genoeg hun collega-militairen van het belang van een goede nachtrust te overtuigen.

Slaapgebrek kan voor soldaten de allergrootste vijand zijn, meent Gregory Belenky, het in camouflagepak gestoken hoofd van de afdeling Neuropsychiatrie van het Walter Reed Institute en een vooraanstaand Amerikaans slaapexpert. Het tast het ver mogen aan om complexe informatie te begrijpen en te verwerken en leidt tot slordigheden en besluiteloosheid.

In het burgerleven is dat al ernstig genoeg, maar op het slagveld kunnen de gevolgen desastreus zijn: commandanten nemen verkeerde beslissingen, artilleristen maken foute berekeningen waardoor ze verkeerde doelen beschieten.

Soldaten vormen een dankbaar studieobject om de gevolgen van slaapgebrek te testen, ze zijn 24 uur per dag beschikbaar, en kunnen des gewenst als vrijwilliger worden aangewezen. Zonder slaap, berekende Belenky, daalt het aantal foutloos uitgevoerde complexe taken met circa 25 procent per dag. Na ongeveer drie dagen storten de soldaten volledig in.

Korte dutjes blijken een goede nacht rust niet te kunnen vervangen, maar de gevolgen van slaapgebrek wel flink te verminderen: wanneer de soldaten per nacht anderhalf uur mogen slapen, valt pas na zes dagen de bijl.

In de praktijk komen zulke extreme situaties gelukkig weinig voor Maar mildere vormen van slaapgebrek zijn, in het leger én in de burgermaatschappij, aan de orde van de dag.

Om de gevolgen van chronische slaaptekorten te onderzoeken, ontwikkelden slaaponderzoekers modellen die de interactie tussen achtereenvolgende slaap- en waakcycli nabootsen. Zulke modellen gaan ervanuit dat, vooral tijdens de eerste uren van de slaap, een hypothetische ‘batterij’ wordt opgeladen, waarvan de energie overdag weer wordt verbruikt. Elk etmaal met minder dan zeven uur slaap doet de batterij per saldo leeglopen, elk etmaal met acht uur of meer zorgt voor herstel. Hoe beter de batterij is opgeladen, hoe beter de prestaties.

Aanvankelijk succes

Om te bepalen wat slaaptekort voor militaire operaties kan betekenen, hebben Belenky en zijn collega’s een computermodel ontworpen dat de prestaties van een artillerie-eenheid simuleert. Zo’n eenheid is een team van specialisten dat, op basis van beschikbare kennis en binnenstromende informatie van verkenners in het veld, een reeks welgemikte granaten op het slagveld moet neerlaten. De prestaties van de eenheid laat zich uitdrukken in één getal: het aantal doelen dat per dag wordt geraakt.

De uitkomsten van het model zouden, meent Belenky, elke overste de ogen moeten openen. Een eenheid die per dag zeven uur slaapt, lanceert per dag 350 goedgemikte granaten.

De commandant die zijn eenheid opdraagt drie uur langer door te werken, boekt aanvankelijk succes: de extra werkuren zorgen de eerste dag voor vijftig treffers. Ook de tweede dag is het effect nog positief. Maar op de derde dag slaat het slaaptekort toe, en zakken de teamprestaties ondanks de extra uren in. Op dag tien raken ze nog honderd doelen, terwijl het team dat zeven uur mag slapen nog steeds driehonderd treffers per dag noteert.

Het model geeft langslapers dus gelijk: wie weinig slaapt, brengt uiteindelijk namelijk minder tot stand.

‘Verhalen van mensen die zeggen dat ze meer gedaan Krijgen door vier of vijf uur te slapen, neem ik met een korreltje zout’, zegt Belenky. ‘Uit experimenten met proefpersonen blijkt dat de kortslapers uiteindelijk minder voor elkaar krijgen. Sterker nog: proefpersonen die negen uur mogen slapen, presteren het meest, ondanks al die verslapen uren.

Op het slagveld

Bij zijn werkgever hoeft kolonel Belenky met zijn pleidooi voor goede nachtrust niet op veel enthousiasme te rekenen: oorlogen gaan immers slecht samen met negen uren onder zeil. Daarom concentreert hij zich voorlopig op het beperken van de schade. Omdat slaapgebrek ‘eenvoudige’ vaardigheden als kracht, uithoudingsvermogen en coördinatie nagenoeg intact laat, treden problemen vaak onverwacht aan het licht.

Belenky: ‘Zolang een soldaat zijn doel op de kruising van twee lijntjes kan houden, lijkt er niets aan de hand. Pas als hij ingewikkelde waarnemingen moet doen of snel een beslissing moet nemen, blijkt dat de batterij leeg is — met soms catastrofale gevolgen.

Het slaapmanagementsysteem dat Belenky nu ontwikkelt, moet zulke catastrofes voorkomen. Aan de basis ervan ligt een sensor die de soldaat als een polshorloge bij zich draagt.

De sensor stelt aan de hand van armbewegingen vast of de soldaat slaapt of waakt. Een lichtje geeft aan of het slaaptekort alarmerende waarden heeft bereikt.

 Als alles goed gaat, wordt straks ook de commandant geïnformeerd: het Amerikaanse leger investeert miljarden dollars in computernetwerken die op het slagveld elke soldaat met zijn hoofdkwartier verbinden. Via dat netwerk beschikt de legerleiding straks elk moment over hartslag en bloeddruk, maar ook over de ‘slaapvoorraad’ van iedere soldaat. Wanneer die voorraad uitgeput dreigt te raken, kan het aanvalsplan worden uitgesteld of kunnen chemicaliën de alertheid van de troepen op peil brengen.

Na jaren van experimenteren heeft Belenky de slaapwaakapotheek voor de slaapmanager onlangs gecompleteerd. Voor kortdurende oppeppers, toe te dienen vlak voor de beslissende tien tot twaalf uren, is drie tot zeshonderd milligram cafeïne (twee tot drie koppen koffie) voldoende. Een halve milligram triazolam (een benzodiazepine) wiegt in korte tijd het hele bataljon in slaap — zo snel zelfs, dat tijdens oefeningen in de vrieskou menig voortijdig ingedutte soldaat met geweld in zijn slaapzak moest worden gehesen.

Flumazenil ten slotte, een antibenzodiazepine dat in ziekenhuizen wordt gebruikt om overdoses slaaptabletten te bestrijden, moet na het afgaan van de wekker het na-ijlende versuffingseffect van triazolam tenietdoen.

Hoewel zijn plannen voor slaapmanagement inmiddels ver gevorderd zijn, stuit Belenky met zijn onderzoekingen nog regelmatig op scepsis — bijvoorbeeld van officieren die hun soldaten liever van een ‘motivatiemeter’ dan van een slaapmeter zouden voorzien. Dan vertelt hij, als een ware missionaris, aan ieder die het maar horen wil hoe hij als psychiater in de Golfoorlog te maken kreeg met soldaten die per abuis hun kameraden hadden beschoten.

‘Een klassiek voorbeeld van wat slaaptekort kan aanrichten’, aldus Belenky, die achteraf vaststelde dat de tankbemanning dagenlang slechts drie tot vier uur had geslapen. ‘Ze schoten nog wel raak, maar hadden geen idee meer op wie ze schoten.”


Slapeloze Samenleving

Een op de drie Amerikanen slaapt door de week minder dan zeseneenhalf uur per etmaal — door inslaapproblemen, te hard werken, ouderlijke verplichtingen of gewoon door te lang op te blijven. Nog eens eenderde slaapt meer dan zeseneenhalf uur,maar minder dan acht uur per dag, het door slaapdeskundigen geadviseerde minimum. Gemiddeld slapen westerlingen — door de week zes uur en 58 minuten, in het weekend slapen ze veertig minuten uit.

De gevolgen van dit nationaal slaaptekort zijn op de werkvloer te merken. Reactiesnelheid, waakzaamheid, besluitvaardigheid en kortetermijngeheugen lopen als eerste terug. Slachtoffers van ernstig slaaptekort zijn onder meer arts-assistenten in het ziekenhuis, die soms diensten draaien van vierentwintig uur of meer. Onderzoek toont aan dat zij aan het eind van zo’n dienst tweemaal zoveel fouten maken bij het interpreteren van röntgenfoto’s als aan het begin.

Ook van piloten is aangetoond dat ze, na een aantal nachten van vier uur slaap, meer beoordelingsfouten maken.

Na vijf nachten van vier tot vijf uur slaap zijn tenminste twee nachten van acht uur nodig om te herstellen.

Wie daarvoor geen tijd heeft, kan een deel van de problemen verminderen met een middagdutje van tien tot dertig minuten — korter heeft geen zin, langer leidt tot slaapproblemen ‘s nachts.


Dommelen achter het stuur

Volgens een onderzoek op de Beierse autosnelwegen is 25 procent van alle ongevallen te herleiden tot automobilisten die achter het stuur in slaap sukkelen.

In de Verenigde Staten zorgt slaaptekort jaarlijks voor naar schatting honderdduizend ongelukken met 1.500 doden. Deze cijfers zijn waarschijnlijk nog geflatteerd: omdat slaapgebrek in het bloed niet valt op te sporen, en ingedommelde bestuurders na de klap weer klaarwakker zijn, moeten onderzoekers het doen met subjectieve oordelen van verkeersagenten en rapportages van de brokkenpiloten zelf.

Feit is in elk geval dat zich in de tweede helft van de nacht en halverwege de middag — momenten waarop de kans op indutten het grootst is — veel verdachte ongevallen voordoen: een auto raakt van de weghelft of rijdt in op een file, de bestuurder is alleen en heeft voor zover bekend niet geremd. Bestuurders onder de 45 jaar maken vooral tussen vier en acht uur ’s morgens brokken; boven de 45 jaar valt de piek rond twee uur ‘s middags.

Wanneer je achter het stuur merkt dat je weg dreigt te dommelen, helpen twee koppen koffie hooguit voor een uurtje. Populaire maatregelen als de radio keihard zetten, de airconditioning op laag en de raampjes opendraaien helpen niet. Een half uurtje slapen kan wel helpen.

Over systemen die de induttende automobilist waarschuwen, zijn de meningen verdeeld: volgens sommige onderzoekers geven ze bestuurders een vals gevoel van veiligheid.

Elk etmaal met minder dan zeven uur slaap doet de batterij leeglopen