Menu Close

Stress is een lichaamsfunctie

Enkele weken geleden sprak prof.dr. G.J. Bohus zijn oratie uit ter gelegenheid van zijn benoeming tot hoogleraar in de Gedragsfysiologie, nu drie jaar geleden. Daarin stippelde hij de lijnen uit waarlangs het biologisch stress-onderzoek zich zijns inziens zal ontwikkelen. Een gesprek met deze Hongaar met een Belgisch accent, indringer vanuit de Randstad en bovendien medicus temidden van de biologen’.

Is het niet wat laat, om drie jaar na een benoeming nog een oratie uit te spreken? Prof. Bohus: ’Ik heb gehoord dat de kortste periode tussen benoeming en oratie tien dagen was, en de langste tien jaar, dus daar zit ik aardig tussenin. Ik hoor trouwens wel eens, en dat is ook mijn eigen ervaring, dat deze traditie een beetje uit de mode raakt. Vooral mensen die van ‘binnenuit’ zijn benoemd houden vrijwel nooit een rede. Door de splitsing van de vakgroep Zoölogie hier, en mijn voorzitterschap van de commissie Humane Biologie, bleef het bij mij een paar jaar liggen. Het voordeel van die drie jaar was wel dat het niet een rede werd van ‘Jongens luister eens, dit wil ik en wat jullie willen hoor ik nog wel’, maar dat we met ons onderzoek precies in een sladium zaten waarin er als het ware voorbereidend werk was gedaan, zodat ik aan kon geven aan welke problematiek we kunnen gaan werken.”

Professor Bohus is van Hongaarse afkomst, en heeft daar ook medicijnen gestudeerd omdat, zoals hij zelf zegt, “in de meeste landen van Midden-Europa het onderzoek in de levenswetenschappen, inclusief de biologie, slerk verbonden was met de geneeskunde. Ik wilde geen arts worden, maar wel goed natuurwetenschappen studeren, dus ging ik naar de medische faculteit.”

In de zestiger jaren kwam hij in contact met de Utrechtse professor De Wied, op dat moment één van de grote namen op het gebied van de neuro-fysiologie, en kwam voor een jaar naar Nederland. Vijf jaar later, in 1970, hij weer over, nu met zijn hele gezin, en besloot niet terug te gaan. In Utrecht kreeg hij een vaste aanstelling, totdat hij drie jaar geleden in Groningen aan de kon.

Koningin

In zijn oratie benadrukt Bohus sterk het belang van multidisciplinair onderzoek tegenover de moderne superspecialisatie. Zo spreekt hij over de oude Fysiologie als ‘Koningin der Natuurwetenschappen’, die echter door de te sterke specialisatie van haar troon is gestoten. Kan hij dat toelichten?

Bohus: “Twintig, dertig jaar greleden was de Fysiologie nog een ’verzamelpot’ van biochemie, farmacologie, hersenwetenschappen, het omvatte veel meer dan wat nu Fysiologie wordt genoemd. Als je destijds Fysioloog was, was het helemaal niet vreemd dat je de ene dag nog met een vrij bewegend dier werkte, en de volgende dag met een geisoleerd orgaan, een stukje darm, of een kikkerhart, alles in één gedachtenlijn. Maar de superspecialisatie is nu zo ver gekomen dat wie met een kikkerhart werkt geen vrijbewegend dier aan zal raken, en dat vind ik een verarming. Wat kan je daaraan doen? Je kunt de verschillende specialisten te hulp vragen, en het beste is als je dat binnen een laboratorium kan doen. Dat heeft als voordeel dat de gedachtenlijn meer is samengebald. Multidisciplinair onderzoek is wel duur, er zijn grenzen aan. Maar wanneer je rondkijkt in de wereld dan zie je dat op de plaatsen waar de wetenschap het meest vooruitgaal, groepen werken die proberen de problematiek vanuit alle invalshoeken te benaderen. Er is behoefte aan fysiologen met een bredere visie. De laatste anderhalf jaar zijn zo’n acht, tien studenten als gedragsfysioloog afgestudeerd, en die zitten nu overal. De markt is opengegaan.

Stress

U richt zich met Uw vakgroepsgenoten de laatste jaren vooral op het biologisch onderzoek naar stress, en de relatie ervan met hart- en vaatziekten. Wat is nu precies het verschil tussen de biologische en de psychologische benadering van het verschijnsel ’stress’? :

Bohus: “Psychologen en sociologen hebben oorzaak en gevolg in een woord samengebracht. Ze veronderstellen vaak dat stress als een bedreiging moet worden beschouwd, en zien het als iets dat van buiten komt. Biologen zien stress liever als iets dat van binnen zit, als respons op prikkels van buiten: de stressoren.

Wanneer je zegt dat teveel stressoren kwalijke gevolgen kunnen hebben, dan heb je gelijk. Maar bepaalde lichaamsfuncties heb je nodig, niet voor kwalijke gevolgen, maar om problemen op le lossen. Dat kan zijn geestelijke werk, maar ook lichamelijke activiteit; als je een kilometer gaat hardlopen, of je moet werk in de fabriek verrichten, zijn Je lichaamsfuncties verschillend van het rustniveau. En die respons IS een vorm van stress. Wanneer die naar boven grenzen overschrijdt, of juist onder het rustniveau komt, dan pas beginnen de lichamelijke problemen.”

Parallel

Als je Uw oratie leest, kun je het af en toe niet nalaten om in plaats van woorden als ’rat’ en ‘dier’ het woordje ’mens’ te lezen. Dat suggereert U zelf ook door parallellen te trekken tussen het ’mee naar huis nemen’ van problemen door ratten en mensen. In hoeverre zijn dit soort extrapolaties gerechtvaardigd?

Bohus: “Je kunt die vraag op twee manieren benaderen. Vanuit een biologisch of vanuit een filosofisch gezichtspunt. Ik moet eerlijk zeggen dat het bij mij ook een zeer lang rijpingsproces is geweest; als ik twintig jaar geleden hoorde dat iemand conclusies over de rat door durfde te trekken naar de mens, gingen bij mij ook alle haren overeind staan.

Maar als je zelf ervaring krijgt, en ernaar streeft humane problemen op te lossen, dan zie je dat het van de benaderingswijze afhangt hoe weinig of hoeveel mens en dier van elkaar af staan.

Als je de natuurlijke eigenschappen van het dier als uitgangspunt neemt, en daar de fysiologie aankoppelt, dan zie je dat je ook dichterbij de mens komt, waar basaal ook de biologische problematiek aanwezig is. Het feit dat de hele maatschappij door de mens zelf wordt gemanipuleerd levert wel allemaal factoren op die erboven staan, maar tegelijk kan de mens zich ook niet van zijn biologische kleren ontdoen.

Je kunt als culturele mens niet buiten je biologische grenzen stappen, dan komen er problemen. Met andere woorden: er zit een verschil, dus je moet wel oppassen. Maar wanneer je een bepaalde greep hebt op fundamentele biologische problemen, de eigenschap van een dier in zijn omgeving – zoals een sociale omgeving – en je kijkt naar de mens, dan zie je dat er ontzettend veel punten zijn die parallel gaan. Ik zeg niet dat ze helemaal gelijk zijn, maar ze gaan op z’n minst parallel. En die eigenschappen kun je dan uitkiezen en proberen te gebruiken. Maar het is een vrij nieuwe benadering, dat moet gezegd worden.”

Middle class

Het onderzoek van de vakgroep van prof.dr. Bohus wordt voor een deel gesubsidieerd door de Nederlandse Hartstichting. En af en toe lijken de conclusies ook ’parallel’ te gaan lopen met theorieën over zogenaamde A- en B-typen mensen, waarvan de een meer risico zou lopen op hart- en vaatziekten dan de ander.

Bohus: “Ik heb bewust niet de termen A-type en B-type gebruikt. Wel heb ik over actieve en passieve gedragsstrategieën gesproken. Wat die eerste twee typen betreft: de schaal waarop die passen is in Amerika opgesteld, en past op de zogenaamde middle-class Amerikaan. Hier in Europa ben ik daarover wel in contact geweest met psychologen, maar het is duidelijk geworden dat je bij de Europese mens de zelfde kenmerken niet kunt herkennen. Daar zit dus een cultureel verschil. Je komt tot de ontdekking dat een Fransman, een Nederlander, een Italiaan of een Duitser toch de culturele mensen zijn. Hier komt er dus bóven de biologische eigenschappen nog een extra factor bij.”

Dus Amerikanen staan wat dichter bij de biologische mens dan Europeanen?

”Nou nee, dat zou ik niet willen zeggen. Ten eerste is het Amerikaanse volk een mengelmoes, het verenigt alle genetische eigenschappen van de Fransman, de Nederlander, de Italiaan en de Duitser. Ten tweede heb je een geselecteerde populatie, want immigratie is een vorm van selectie. En in Europa werk je met een absoluut ongeselecteerde populatie. Ten derde gedraagt een mens zich in zijn eigen, vertrouwde omgeving en cultuur ook anders.

Verder blijkt ook uit psychologisch onderzoek dat de maatschappelijke hulp (‘support’) in Europa, al of niet geïnstitutionaliseerd, veel sterker is dan in Amerika, waar de mens meer een individu is.

Menselijke psyche

In Uw vakgebied lijken definities van fysiologie en emotie wel eens verstrikt te raken. Zo zijn er onderzoekers die door middel van toediening van zogenaamde neuropeptiden, eiwitten die normaal door de hersenen zelf worden aangemaakt, onder andere de gemoedstoestand van mensen proberen te beïnvloeden. Hoe denkt U zelf over het conflict tussen de menselijke psyche en de materie?

Bohus: “Het is de vraag of de psyche boven de materie staat, of dat geest en materie naast elkaar staan. Ik zelf zou geen lijn trekken tussen die twee; de psyche heeft ook een materiële basis.

Maar kan je alles met pillen oplossen? Als je kijkt naar de geschiedenis van de psychiatrie van zeg maar de laatste vijftig jaar, dan zie je dat we steeds de mensen hebben proberen te helpen door ze afgesloten van hun eigen omgeving te behandelen. En ik denk dat wij nog steeds niet direct kunnen bepalen welke gevallen je op welke manier weer terug kunt brengen naar de maatschappij.

Dat is ook een beetje mijn boodschap: altijd over de omgeving praten, en de wisselwerking tussen individu en omgeving. Zo kom je ook op de gedachte dat je, als je een neuropeptide of een ander geneesmiddel gaat toedienen, misschien maar een van de twee componenten pakt die naast elkaar staan, terwijl je die andere ook te pakken moet krijgen. Dan kom je op psychotherapie of iets dergelijks.”

“Maar de andere kant van het probleem is dat we ook te wéinig over fysiologie er. hormonen kunnen praten. In sommige gevallen is het probleem dat er een aangrijpingspunt gewoon weg is. Bijvoorbeeld bij alcoholisten, bij wie gewoon bepaalde hersendelen kapotgaan. Dan kan je kilo’s peptiden toedienen, maar er gebeurt niets. Het fysiologisch mechanisme is kapot, weg, er zit een gaatje op die plaats.”

“Het is denk ik een van de gevaren van de superspecialisatie, dat die twee dingen té gemakkelijk uit elkaar worden gehaald. De mensen die bezig zijn met de psyche en de mensen die materialistisch bezig zijn worden steeds verder uit elkaar gedrukt, in plaats van echt samen te werken.”