HET MENSELIJK oog is dol op symmetrie. De wonderlijke rangschikking van de zaden in een zonnebloem, de ijzeren regelmaat van het Paleis op de Dam, in alle gevallen valt ons gevoel voor esthetiek samen met ordelijke, symmetrisch gevormde structuren.
Die voorkeur beperkt zich niet tot monumentale gebouwen of fraai vormgegeven voorwerpen. De menselijke geest is zo doordrongen van de liefde voor de symmetrie, dat die zich heeft voortgezet in tal van menselijke handelingen en sociale structuren. Dat betoogde althans afgelopen vrijdag prof. dr T. Bevers, hoogleraar kunst- en cultuurgeschiedenis aan de Rotterdamse Erasmus-universiteit, in de rede waarmee bij zijn hoogleraarschap aanvaardde.
Alleen al in de begrippen over sociale structuren keren veelvuldig elementen terug uit de geometrische wiskunde, betoogde de nieuwe hoogleraar. Mensen nemen deel aan gesprekskringen, bevinden zich in circuits of een driehoeksrelatie en klimmen op van de basis naar de top. En is er iets mooiers dan een begroting die in balans is, dan een evenwichtig karakter of een harmonieus paar?
De behoefte aan symmetrie is volgens Bevers – niet toevallig – het sterkst aanwezig bij autoritaire machthebbers. Wanneer zij zich in het openbaar vertonen, doen zij dat het liefst in een symmetrische, frontale houding. Leiders van meer democratisch georganiseerde landen permitteren zich meer asymmetrische houdingen, stelt Bevers, verwijzend naar voorbeelden als de democraat Havel tegenover zijn voorganger Husak, en Walesa tegenover Jaruzelski.
Dezelfde relatie tussen symmetrie en macht vinden we terug in veel ceremonies en plechtigheden, bij voorbeeld in de katholieke kerk. “Het lithurgisch ceremonieel met de overal terugkerende kruisvorm, de rituele gebaren en handelingen, symmetrisch gecentreerd rond het altaar, de hiërarchische volgorde en opstelling van leken en geestelijken (…), dat alles sluit zo perfect op elkaar aan, dat gerustgesteld kan worden dat het geloof en de kerk zich mede daardoor eeuwenlang hebben kunnen handhaven,” aldus Bevers.
Evenzo vestigt bij officiële plechtigheden aan het hof de volgorde waarin mensen zitten, staan of lopen de aandacht op de vorst.
Protocol
In het protocol van officiële staatsdiners van Westeuropese koningshuizen is nog altijd nauwkeurig vastgelegd dat de vorst in het midden zit en de onderdanen zich aan weerszijden behoren op te stellen – de afstand tot het centrum bepaalt de status van de gast: naast de leden van het koninklijk huis komen eerst de kardinalen, op de 121-ste plaats de geneesheren van de koning, op de 131-ste plaats de burgemeesters, en op de 156-ste plaats – bijna achteraan – de hoogleraren.
Om de hiërarchie zichtbaar te maken, worden dezelfde visuele wetten gehanteerd als die in de beeldende kunst worden toegepast, stelt Bever. “Het centrum, de centrale figuur, valt des te beter op naarmate er rondomheen geometrisch geordende elementen worden geplaatst die er allemaal hetzelfde uitzien, dus geen individualiteit bezitten en die ieder afzonderlijk vanwege de herhaling en het grote aantal in waarde dalen ten opzichte van het centrum.” In ceremonies wordt dat effect bereikt door aan weerszijden van de centrale figuur veel mensen te plaatsen, bij voorkeur gekleed in uniform.
Het gebruik van symmetrie is, constateert Bever, niet zomaar een versiering, maar raakt de kern van de ceremonie: het zichtbaar maken van macht, gezag en prestige. De compositie wordt zo belangrijk, dat de persoonlijkheid van de betrokkenen uiteindelijk geen rol meer speelt, zelfs niet die van de hooggeplaatste persoon. Het ceremonieel kan op die manier, zelfs met een zwakzinnige of stuntelige troonopvolger, het koningschap als instituut redden.
De sociale structuur die nog het meest het hart heeft verpand aan de symmetrie is echter zonder twijfel het leger. De manschappen, gebundeld in ‘eskaders’ en ‘squadrons’, stellen zich in rijen en rangen op tot geometrische figuren. Legerplaatsen worden symmetrisch ingericht, met het ‘hoofdkwartier’ als gezaghebbend middelpunt. Zelfs strategen blijken een opmerkelijke voorkeur aan de dag te leggen voor symmetrische aanvalsplannen: vrijwel automatisch neigen zij ertoe hun troepen zo op te stellen, dat zij ten opzichte van het front het spiegelbeeld vormen van die van de vijand. Maar dat juist asymmetrische strategieën zeer effectief kunnen zijn, bewees nog maar kortgeleden de Amerikaanse generaal Schwarzkopf, toen hij zijn troepen naast die van de Iraakse legerleider Hussein samentrok.
Ook moderne organisaties hebben – niet in de laatste plaats omdat de eerste organisatiedeskundigen ingenieurs waren, een beroep voortkomend uit het leger – een voorliefde voor symmetrische structuren. Duizenden studenten (bedrijfskunde en dergelijke) worden vertrouwd gemaakt met organisatieschema’s in de vorm van een kerstboom. Pas sinds kort kunnen ook schema’s worden aangetroffen met kromme in plaats van rechte lijnen, en asymmetrische in plaats van symmetrische vormen.