Menu Close

Patrick Moore, luis in de pels van Greenpeace

Van grondlegger tot aartsvijand

In deinende rubberbootjes belaagde hij walvisjagers, op het poolijs beschermde hij jonge zeehondjes. Nu strijdt hij tegen de machtige organisatie die hij zelf hielp te bouwen. Want Greenpeace, vindt Patrick Moore, is overgenomen door extremisten, die zich niet storen aan waarheid en wetenschap.

‘Moge het bos met u zijn’, staat onder elke e-mail die je van hem krijgt. ‘Bomen zijn het antwoord’, behoort tot zijn meest geliefde uitspraken. Ooit stond hij mede aan de basis van wat nu bekend is als een machtige internationale milieuorganisatie, en vijftien jaar lang speelde hij in Greenpeace een leidende rol.

Toch is de Canadees Patrick Moore (53) niet bepaald de grand old man van de milieubeweging. Integendeel. Een Judas is hij genoemd, een verrader. Volgens zijn critici strooit hij, in opdracht van grote Canadese houtproducenten, het publiek met `pseudo-wetenschap’ zand in de ogen. Radicale actievoerders wijdden speciale internetpagina’s aan hem, onder de titel: `Patrick Moore is een dikke, vette leugenaar.’

Na zijn vertrek bij Greenpeace, in 1986, vestigde Moore zich in Vancouver als zelfstandig milieuconsultant. Een van zijn opdrachtgevers: de Forest Alliance of British Columbia. Zelf noemt hij het ‘een brede organisatie van bedrijven en burgers gewijd aan het behoud van gezonde bossen en een gezonde economie.’ Zijn tegenstanders spreken liever van `een mantelorganisatie voor de houtindustrie die zichzelf presenteert als onpartijdig en objectief.’

Over de hele wereld spreekt Moore, telg uit een houthakkersgeslacht, dezer dagen voor enthousiaste zalen vol bosbouwers en houtkappers. Zijn boodschap: het omzagen van bomen is niet erg, zolang het bos de kans maar krijgt zich te herstellen. Pogingen van Greenpeace en het Wereldnatuurfonds om het gebruik van hout terug te dringen, noemt hij `ondoordacht’, en averechts voor het milieu. Méér hout moeten we juist verbouwen en gebruiken, ter vervanging van materialen en brandstoffen die schadelijker zijn.

Maar in zijn kritiek op de milieubeweging beperkt Moore zich al lang niet meer tot bomen en bossen. Milieugroepen, betoogt hij, blijven steken in negativisme, in plaats van mee te denken over oplossingen voor de problemen. Milieugroepen, Greenpeace voorop, zijn volgens hem overgenomen door links-extremisten, die hun gevecht tegen establishment en bedrijfsleven belangrijker vinden dan het milieu.

`Wat een prachtige gele populier’, zegt Moore, terwijl we wandelen door een bos in de buurt van de Amerikaanse stad Washington. Hij richt zijn mini-digitale camera op de boom, en bukt om een van de oranjerood gekleurde herfstbladeren op te rapen.

`Stel je voor — dit blad is in feite een fotovoltaïsche zonnecel. Want dat is uiteindelijk waar fotosynthese op neerkomt: het verplaatsen van elektronen, en ze opslaan in deze boom. Ondanks al onze kennis is het nog niet gelukt dat proces te imiteren. En volgens mij moeten we het niet eens proberen. In plaats van zonnecellen te bouwen, moeten we bossen kweken voor onze energie. In plaats van kolen, olie en gas te verstoken, moeten we miljoenen hectares bomen planten, en die in elektriciteitscentrales verbranden.’

`Weet u, de meeste mensen begrijpen niet dat het verbranden van bomen leidt tot minder kooldioxyde in de atmosfeer. Dat is omdat ze de omvang van een bedrijf beter begrijpen dan de groei. Als je het hout verwerkt in meubilair of huizen, de koolstof weghoudt uit de lucht, dat is eenvoudig. Maar daarnaast is er een andere dimensie. Een volgroeid bos bevat enorm veel koolstof, maar die hoeveelheid neemt nauwelijks meer toe. Het is als een groot concern dat niet meer groeit. Maar een bos waarin veel bomen groeien, is als een startend bedrijfje dat veel geld aantrekt.’

`Toen ik me voor het eerst in de wiskunde van bossen verdiepte, kon ik mijn ogen niet geloven. Van alle koolstof in levende organismen, zit 95 procent in bomen. In alle bomen tezamen zit bijna evenveel koolstof als in de hele atmosfeer. Een bos dat jaarlijks groeit met tien kubieke meter per hectare, onttrekt elk jaar omgerekend de koolstof uit een pakket lucht van 1,4 kilometer erboven. Wanneer je dat bos zou kappen, nieuwe bomen terugzet en het hout verbrandt in plaats van kolen, gas en olie, dan heb je een duurzame energiebron geschapen.’

`Uiteindelijk hebben we op aarde maar twee belangrijke duurzame én continue energiebronnen: biomassa, dus bomen, en waterkracht, dus stuwdammen en turbines. Beide worden door Greenpeace afgewezen, omdat ze een `hoge impact’ op het milieu hebben. Greenpeace kiest voor zonnecellen en windmolens, want die hebben een `lage impact’. Ja hoor — we gaan even alle fossiele brandstof vervangen door zonne- en windenergie. Kijk naar de cijfers: dat lukt nooit. Bovendien: wanneer je alle stroom die nu wordt opgewekt met waterkracht uit windmolens wilt halen, dan spreek je van een gewéldige impact.’

De relatie tussen Patrick Moore en Greenpeace gaat terug naar 1971. Moore, toen een 24-jarige milieukundige die werkte aan zijn proefschrift, sloot zich aan bij een groepje pacifistische activisten in West-Canada.

Don’t make a wave, heette de actiegroep van het Amerikaanse Quakers-echtpaar dat naar Canada was gevlucht om hun zoon uit Vietnam te houden. Hun doelwit: Amerikaanse atoomproeven in Alaska. Een atoomproef, vreesden de Canadezen, zou leiden tot een aardbeving. En net als zeven jaar eerder, toen een natuurlijke aardbeving Alaska trof, zou een grote vloedgolf de Canadese kust kunnen bedreigen.

Het actiegroepje telde enkele tientallen leden toen hun boot de Green Peace koers naar Alaska zette. `Wij waren de eersten die deze twee woorden koppelden,’ zegt Moore. `We wilden een ecologisch georiënteerde anti-oorlog-boodschap uitdragen.’

De heroïsche actie was een succes, althans publicitair. Na terugkeer werd de organisatie Greenpeace opgericht, en nieuwe mediagenieke campagnes volgden: met snelle rubberboten hinderden Moore en collega’s de jacht op walvissen in internationale wateren. Op het ijs van Alaska besmeurden zij babyzeehonden om te voorkomen dat ze werden doodgeknuppeld. Het leverde Greenpeace de sympathie en donaties op van miljoenen televisiekijkers. Een bloeiperiode brak aan: Moore, vanaf 1977 directeur van Greenpeace Canada, werkte aan de totstandkoming van Greenpeace International, dat zich uiteindelijk vestigde in een kolossaal pand aan de Amsterdamse Keizersgracht.

Maar in 1986, vijftien jaar na zijn eerste actie, verliet Moore het inmiddels tot een internationaal imperium uitgegroeide Greenpeace.

`Ik wilde eens wat anders,’ zegt Moore nu. `Ik had een beetje genoeg van het alleen maar tegen dingen zijn. We waren tegen dit, tegen dat, tegen-tegen-tegen. Ik wilde een nieuwe stap zetten: oké, we weten waar we tegen zijn, maar hoe kunnen we de situatie verbeteren?’

`De milieubeweging is helaas bijna synoniem geworden met doemdenken — men doet alsof we middenin een onafwendbare catastrofe zitten. Neem het verhaal dat er een massale uitsterving gaande is, de grootste sinds het verdwijnen van de dinosauriërs; elk jaar zouden er vijftigduizend van in totaal vijftig miljoen soorten verdwijnen. Gelul! Er is géén massale uitsterving gaande op aarde. Niemand kan die duizenden soorten aanwijzen — ze bestaan alleen op de harde schijf van bioloog Ed Wilson, die in zijn computermodellen ten onrechte eilandtheorieën toepast op hele continenten. Extreem misleidend vind ik dat, maar iedereen gelooft het.’

U meent dat Wilson en Greenpeace het publiek misleiden over de toestand van het milieu. Waarom zouden ze dat willen doen?

`Geen idee, dat vraag ik me niet af. Misschien zijn ze alleen onnadenkend, al kan ik me dat van Wilson niet voorstellen. Wat betreft de mensen die in Canada in de bomen hangen om te voorkomen dat ze worden omgezaagd: ik denk dat zij misleid zijn, dat ze oprecht menen een nobel doel na te streven. Ze geloven simpelweg dat het altijd verkeerd is om een boom om te hakken, omdat ze spirituele gevoelens hebben voor oude bomen. Ik begrijp heel goed dat mensen onder de indruk zijn van het mysterie van bomen — dat ben ik zelf ook. Maar het mysterie houdt niet op wanneer je de boom uiteindelijk omzaagt en gebruikt, om meubels te maken of energie te genereren.’

`Uiteindelijk is het toch een kwestie van rekenen, van wiskunde. Zo denken velen dat je papier uit hennep zou moeten produceren, om zo de bossen te sparen. Overigens is papier vooral een bijproduct, en zou je weinig bomen sparen. Maar de principiële denkfout is veel belangrijker: waar verbouw je al die hennep? Precies — daar waar nu bossen staan, of waar je bossen zou kunnen planten.’

`Het lijkt een beetje op de situatie in het tropisch oerwoud. Natuurlijk zou het goed zijn om die wouden te sparen. Maar als je ophoudt tropisch hardhout te kopen, dan zullen de bewoners van de tropen zeggen: oké, dan hakken we het bos om en gaan we maïs of coca-planten verbouwen. Want die boycot je niet.’

`Ik zeg niet dat we geen wilde bossen nodig hebben: ik denk dat het goed is om, zoals het Wereldnatuurfonds wil, tien procent van alle wilde bossen in reservaten te bewaren. Wat mij betreft vijftien procent. Maar de rest moet je verstandig exploiteren, om zes miljard mensen van duurzame energie en bouwmaterialen te voorzien.’

`Weet u, miljoenen Amerikanen maken zich via Greenpeace druk om het kappen van bossen in de tropen, terwijl in de VS elk jaar enorme stukken bos worden gekapt voor landbouw en ruimtevretende nieuwbouwwijken.’

Wat is het verschil tussen het beschermen van zeehondjes en het beschermen van een oude boom?

`De acties tegen de jacht op zeehonden gingen niet over het milieu: wij keerden ons tegen de wreedheid om jonge zeehondjes, die nog bij hun moeder zogen, met knuppels dood te slaan.’

`De incoherentie en het gebrek aan logica in de huidige acties van Greenpeace, daar kan ik kwaad om worden. Er zijn drie grote milieuproblemen, waar iedereen over praat: klimaatverandering, ontbossing en het verdwijnen van soorten. Die drie hangen nauw met elkaar samen. Maar als in internationale klimaatconferenties wordt geprobeerd ze te verbinden, bijvoorbeeld door energieverbruik te koppelen aan de aanplant van bos, dan is Greenpeace daartegen! Het is alsof de klimaatafdeling van Greenpeace niet praat met de afdeling ontbossing.’

`Ik zeg niet dat Greenpeace niets goeds doet: hun acties voor meer zonne- en windenergie zijn op zich goed, al zullen die nooit de hele oplossing vormen. Maar de prioriteiten zijn zoek. Ze voeren campagne tegen `Frankenfoods’ en `killer tomaten’, terwijl er nauwelijks wetenschappelijke aanwijzingen zijn dat genetisch gemanipuleerd voedsel schadelijk is — wat dat betreft zouden ze beter kunnen vechten tegen tabak. Ze verzetten zich tegen het maken van steriele genetisch gemanipuleerde zaden, zogenaamd omwille van de arme boeren. Wel, als ze arme boeren willen helpen, dan zijn er betere methoden.’

`En neem nou die hele toestand over het afzinken van dat booreiland, de Brent Spar. Waar ging dat nou helemaal om? Een stuk staal op de bodem van de Atlantische Oceaan? Is dat nu ons grootste probleem? Trouwens, waarom is het wel oké om de Rainbow Warrior in ondiep water te laten zinken, zoals Greenpeace heeft gedaan? Dat stimuleert het mariene bodemleven, zeiden ze. Tja. Zulke slimme pr-mensen had Shell ook moeten hebben, denk ik vaak.’

Wat zou Greenpeace in uw ogen moeten doen?

`Ik zou graag zien dat ze een samenhangende visie ontwikkelen over de oplossing van het milieuprobleem, en daarbij rekening houden met zes miljard mensen die behoefte hebben aan energie en materiaal. Duurzame energiebronnen bevorderen, óók waterkracht en verbranding van biomassa als dat nodig is. Mensen in de tropen in staat stellen meer voedsel te verbouwen op kleinere akkers, ook als dat zou moeten via biotechnologie.’

Milieugroepen als Greenpeace genieten het vertrouwen van het publiek — meer dan overheid, bedrijfsleven of media. Is dat terecht?

`Het publiek denkt dat milieugroepen onafhankelijk zijn, geen belangen hebben. Ze zien vaak niet dat milieuorganisaties, net als elke andere organisatie, belang hebben bij hun eigen voortbestaan. Maar zelfs als de intenties goed zijn, is daarmee niet alles goed wat ze doen. De weg naar de hel is geplaveid met goede bedoelingen.’

`Mensen realiseren zich zelden hoe ondemocratisch milieuorganisaties zijn. Greenpeace bestaat in feite uit kleine klieken die doen wat ze willen, ook als het niet logisch is of wetenschappelijke inzichten negeert. Ze leggen geen verantwoording af — niet tegenover leden, want die hebben ze niet; niet tegenover aandeelhouders, want die hebben ze ook niet. Dat is een van de oorzaken voor de inconsistentie in hun acties.’

U verwijt hen extremisme. Is extremisme soms niet nodig om iets in gang te zetten?

`Extremisme is niet verkeerd. Maar als je extremisme aanwendt om ongerijmdheden of desinformatie te verspreiden, dan ben je niet goed bezig.’

Volgens milieugroepen bent u het die het publiek misleidt. U zou een stroman zijn voor een milieuverwoestende bedrijfstak.

`De karaktermoord stoort me niet — ik zie het als bewijs dat men niet op mijn argumenten in wil gaan. Ik verkoop geen standpunten van de houtsector, ik zeg slechts wat ik zelf denk. Het enige wat me raakt is het verwijt dat ik misbruik zou maken van mijn Greenpeace-verleden. Want in mijn ogen is het precies andersom: ík heb, samen met anderen, ooit die beweging opgericht. Al die mensen die nu hun geld met Greenpeace verdienen, waren er toen niet bij. Dus wie maakt er nu misbruik van wiens geschiedenis? Wie zijn zij, om mij te zeggen vijftien jaren van mijn leven te vergeten?’

Reactie Greenpeace

`Het verwijt dat wij binnen Greenpeace niet zouden samenwerken, daar snap ik echt niks van. Wij zien elkaar iedere dag.’

Martijn Lodewijkx, campagnemedewerker van Greenpeace Nederland op het gebied van energie, heeft het razend druk met acties in het kader van de Klimaatconferentie in Den Haag. Via bezetting van vrachtschepen en centrales probeert Greenpeace de media-aandacht te vangen. `Op die conferentie benadrukken wij zelf juist het verband tussen energie, ontbossing en het verdwijnen van soorten.’

`Goedkoop,’ vindt Lodewijkx veel van Moore’s kritiek op zijn organisatie — en dat van iemand die vijftien jaar geleden nota bene zélf besloot Greenpeace voor `de industrie’ te verruilen. `Dat actievoerders in Canada daar een beetje beroerd van worden, kan ik mij voorstellen. Zij hebben van dichtbij gezien hoe hij voor de houtkap-industrie foldertjes maakt, met foto’s van een kaalgekapt bos veertig jaar later. Groenwassen noemen wij dat: doen alsof er niets aan de hand is. Dat is met de kaalslag in Canada absoluut niet het geval.’

`Plantages met biomassa, liefst bossen, daar zijn wij niet tegen, zolang er na het kappen maar bos wordt teruggezet. Maar dat gebeurt nu slechts op heel kleine schaal. Veel belangrijker vinden wij de hoeveelheid oerbos die per saldo verdwijnt. Dát gaat per definitie ten koste van de verscheidenheid aan soorten. Zo’n bos is duizenden jaren oud, dat kun je niet zomaar vervangen.’

`Wij weten ook dat zon- en windenergie het probleem niet helemaal oplossen. Hetzelfde geldt voor biomassa — het gaat om de hele energiemix. Maar Greenpeace kan nu eenmaal niet alles tegelijk. In Nederland stimuleren we zonnecellen, en dat lukt aardig. We kijken naar windmolenparken op zee, waar veel ruimte is en veel wind. En we kijken naar toekomstmogelijkheden voor brandstofcellen en waterstof in het transport.’

`Wat betreft genetische manipulatie: we vinden dat je moet oppassen met rommelen in de vrije natuur; dat het nog te vroeg is om het laboratorium te verlaten. Wanneer dat wel kan? Daar kan ik geen antwoord op geven.’

`Greenpeace is niet ondemocratisch — als wij fouten maken, rekent de publieke opinie genadeloos met ons af. Bij de Brent Spar maakten we een rekenfout, heel dom. We extrapoleerden een watermonster, en schatten de hoeveelheid olie tien keer te hoog. Maar het ging ons niet alleen om de olie — het platform bevatte ook pcb’s, cadmium en licht-radioactief afval. Als je één platform toestaat, gaan er honderd achteraan. En dan gaan ook andere sectoren weer dumpen in zee.’

`De Rainbow Warrior is eind jaren tachtig afgezonken, dat zouden we nu zeker niet meer doen. Maar er zat geen spatje olie meer in. Ik vind het ook niet vergelijkbaar: het ging ons niet om het geld, maar om de symboliek.’

`Het verwijt dat Greenpeace uit is op haar eigen voortbestaan, wekt de suggestie alsof we eigenlijk geen functie meer hebben. Ga maar eens rondlopen in Rusland, waar ik veel heb gewerkt. Kijk naar de lekkende pijpleidingen en de verspilling van energie. We doen echt heel veel goed werk.’

Related Posts