Menu Close

Een joint in een doordrukstrip

Onze hersenen produceren hun eigen marihuana. Dat blijkt te werken als noodrem op onze spieren. Lijders aan bewegingskwalen hebben misschien baat bij marihuana in pilvorm.

Is marihuana een onschuldig genotmiddel en mag het gewoon naast de sigaretten in het rekje bij de caissière liggen? Of is het een verslavend gif dat moet worden verboden net als elke andere hard drug? Terwijl politici hun tanden stukbijten op deze heikele vraag, kwamen Amerikaanse en Spaanse farmacologen vorige week met een opzienbarende ontdekking: de lichaamseigen variant van THC – de werkzame stof in de joint – speelt in de hersenen van ratten een grote rol bij het controleren van spierbewegingen. Anandamide, zoals dit broertje van THC heet, fungeert in het bewegingscentrum van de hersenen als de noodrem die wordt ingezet wanneer dat centrum te sterk wordt geprikkeld.

Het nieuwe onderzoek, dat werd gepubliceerd in het aprilnummer van het tijdschrift Nature Neuroscience bewijst voor het eerst dat een ‘endogene’ (lichaamseigen) variant van cannabis een reële rol speelt in de hersenen van hogere zoogdieren. ‘Daarmee treedt anandamide officieel toe tot de familie van de hersen-signaalstoffen’, concludeert hoofdonderzoeker Daniele Piomelli, werkzaam bij de Universiteit van Californië in Irvine.

Maar voor niet-wetenschappers is Piomelli’s tweede conclusie belangrijker: de vondst opent de weg naar geneesmiddelen tegen aandoeningen waarbij de controle over bewegingen in het ongerede is geraakt. Tot de mogelijke toepassingen behoren behandelingen tegen schizofrenie, de ziekte van Parkinson, het syndroom van Gilles de la Tourette en de ziekte van Huntington.

Gelukzalige varkenshersenen

Dat delta-g-tetrahydrocannabidol (THC), de werkzame stof in de bladeren van de hennepplant, de menselijke hersenen kan beïnvloeden, was vierduizend jaar geleden al bekend.

Of de bladeren nu worden gedroogd en gedraaid tot een puntige joint of gebruikt voor het zetten van thee maar je kunt de hars uit de plant ook verwerken in sigaretten of in ‘spacecakes’ – inname van de stof geeft volgens gebruikers een algeheel gevoel van welbehagen. Anekdotische aanwijzingen dat het roken van een stickie baat kan geven bij allerlei aandoeningen zijn ook al heel oud. Tot halverwege deze eeuw schreven dokters ook rustig marihuana voor tegen migraine – om een aanval te bestrijden of te voorkomen. Daarnaast werd marihuana toegepast ter verdoving, ter opwekking van eetlust of ter vermindering van ontstekingen, ongewenste afweerreacties, braakneigingen of epileptische aanvallen. Sinds enkele jaren zeggen ook patiënten met multiple sclerose (MS) baat te vinden bij het roken van een joint.

Maar de literatuur hierover past vooralsnog beter tussen het verzameld werk van wijlen Klazien uut Zalk dan op de plank van een medische bibliotheek. Bij afwezigheid van wetenschappelijk uitgevoerde, dubbelblinde onderzoeken ontbreken duidelijke bewijzen. De moderne medisch-wetenschappelijke geschiedenis van marihuana begon dan ook pas in 1988, met de ontdekking van de aangrijpingspunten, ‘receptoren’, voor THC in de hersenen. Aannemende dat die receptoren niet waren geëvolueerd om mensen plezier te laten beleven aan een joint, gingen wetenschappers op zoek naar het natuurlijke equivalent van de verbinding. Met succes: in 1992 werd uit varkenshersenen anandamide geïsoleerd – vrij naar ‘ananda’, Sanskriet voor zoveel als ‘gelukzalige kalmte’.

Toch heerste in wetenschappelijke kring tot nu toe scepsis over de relevantie van dit lichaamseigen cannabis-product. De concentratie in de hersenen leek zó laag dat serieuze effecten onwaarschijnlijk leken. Met zijn onderzoek maakt Daniele Piomelli, in samenwerking met collega’s van het Scripps-instituut in La Jolla en de Universidad Completense in Madrid, aan die twijfels een einde.

Uit hun proeven met ratten blijkt zonneklaar dat anandamide soms een cruciale rol speelt in de hersenen – in dit geval bij de beheersing van spierbewegingen. Als zodanig verdient de stof dus een volwaardig lidmaatschap van de familie van hersen-signaalstoffen, de neurotransmitters.

De eerste aanwijzing voor de nieuwe status voor cannabis kwam toen onderzoekers het bewegingscontrolecentrum in de rattenhersenen elektrisch prikkelden. De prikkeling leidde tot een duidelijk piek in de hoeveelheid anandamide in het regelcentrum. Bij de volgende stap werd het centrum geprikkeld met een stof die de werking van dopamine nabootst (waarvan al bekend was dat het dit hersencentrum stimuleert) en prompt steeg de concentratie anandamide bijna tienvoudig.

Als sluitstuk van het experiment werden de ratten onderworpen aan een gedragstest. Toediening van het namaak-dopamine leidde bij de ratten, zoals verwacht, tot rusteloos gesnuffel en heen en weer geren in hun kooitjes. Maar als tevoren de werking van anandamide werd geblokkeerd, werd het effect nog aanzienlijk sterker. Daarmee was het bewijs geleverd: anandamide werkt als tegenvoeter van dopamine.

‘Anandamide’, vat farmacoloog David Self van Harvard Medical School in Boston samen, ‘werkt als een ingebouwde rem op dopamine, een stof die tal van hersencentra stimuleert. Dat betekent dat de endocannabidoïden waarschijnlijk zullen worden erkend als een belangrijke groep signaalstoffen in de hersenen’.

‘Bizarre therapie!

Op termijn, zo hoopt Piomelli, zal zijn ontdekking leiden tot een nieuwe klasse van geneesmiddelen tegen aandoeningen die ontstaan door een tekort of een overdosis dopamine. Bij het syndroom van Gilles de la Tourette, bijvoorbeeld, leidt een teveel aan dopamine tot een heel scala aan bizarre tics. Ook bij de ziekte van Huntington en schizofrenie treden hevige, willekeurige spierbewegingen op die met een anandamide-stimulerend medicijn misschien te verminderen zouden zijn. Bij de ziekte van Parkinson, die juist wordt gekenmerkt door een tekort aan dopamine, zou de werking van anandamide wellicht kunnen worden tegengegaan.

Maar zullen die eventuele heilzame effecten gepaard gaan met een groeiende verslaving? Toen twee jaar geleden een andere Italiaanse onderzoeker, Gaetano Di Chiari, meldde dat bij ratten toediening van THC, net als heroïne of cocaïne, leidt tot een dopaminepiek in het ‘beloningscentrum’ van de hersenen, bewees dat volgens hem dat marihuana voortaan niet meer als soft drug kon worden aangeduid – een uitspraak die destijds leidde tot tumult in de wetenschappelijke arena.

Mede daarom houdt Daniele Piomelli zich het liefst buiten het verslavingsdebat – al werd zijn onderzoek wel deels betaald door het Amerikaanse National Institute on Drug Abuse, dat zijn geld primair besteedt aan onderzoek naar de gevaren van verslavende genotsmiddelen. Hij vindt dat het voor wetenschappers de hoogste tijd wordt om debatten als deze achter zich te laten. ‘Er is de laatste jaren verschrikkelijk veel energie gestoken in onderzoek naar de vraag of marihuana verslavend is of niet. Al die energie hadden we ook kunnen gebruiken om te zoeken naar nuttige toepassingen van cannabidoïden,’ zegt Piomelli.

En niet alleen deze discussie, als het aan Piomelli ligt zal ook de discussie over het roken van marihuana op doktersvoorschrift snel tot het verleden gaan behoren. In de Verenigde Staten en Groot-Brittannië lopen de gemoederen daarover nog regelmatig hoog op. In november waarschuwde de Amerikaanse regering artsen geen joints voor te schrijven, op straffe van arrestatie. (Het Witte Huis heeft nog niet gereageerd op een vorige week uitgebracht rapport van de Nationale Academie van Wetenschappen waarin werd gepleit voor trials.) Tegelijkertijd legde de regering-Blair een oproep naast zich neer om gereguleerd medisch gebruik van marihuana te tolereren, totdat geneesmiddelen op basis van THC zijn ontwikkeld.

Wat Piomelli betreft, zijn discussies als deze al uit de tijd. ‘Zeg nou zelf: het is toch bizar om, aan het eind van de twintigste eeuw, ziekten te willen behandelen door mensen sigaretten te laten roken?’