‘Do something’. Het was de hartenkreet van Michelle Obama, echtgenote van oud-president Barack Obama, in haar toespraak voor de Democratische Conventie afgelopen augustus.
Hij was me uit het hart gegrepen. Het wereldwijd afglijden naar harde rechtse politiek wordt mede mogelijk gemaakt door miljoenen redelijke en aardige mensen die als versteend naar hun telefoons en tv-schermen staren in plaats van in actie te komen. In Amerika, maar ook in Nederland.
En dus schonk ik, tijdens een korte vakantie naar mijn oude woonplaats Washington, de Democratische partij één vrije middag door in een buitenwijk te gaan ‘canvassen’.
Canvassen
Het Engelse werkwoord ‘to canvass’ betekent: kiezers proberen te winnen door huis aan huis aan te bellen. Amerikanen noemen het liever: ‘knock on doors’.
Het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten hebben een lange traditie van partijen die zieltjes winnen door huis aan huis met kiezers in gesprek te gaan. Eind 20ste eeuw ruilden Amerikaanse partijen de tactiek in voor reclamespotjes, die efficiënter leken. Maar de Republikeinen stoften haar weer af voor de verkiezingscampagnes voor de jonge George Bush.
Onder Barack Obama maakte de Democratische partij daarna een inhaalslag. Zijn campagnes bouwden, op basis van de openbare registers waarin Amerikaanse kiezers zich bij gebrek aan burgerlijke stand moeten inschrijven, een enorme digitale databank. Hij werd gebruikt om elke kiezer in de aanloop naar verkiezingen persoonlijke aandacht te geven.
Online bestaat die aandacht uit bijvoorbeeld gerichte advertenties op websites of telefoons. In de echte wereld krijgt het de vorm van een telefoontje, een handgeschreven ansichtkaart of een bezoek aan de voordeur.
Obama won twee verkiezingen op rij, en zijn campagnemethoden worden sindsdien geperfectioneerd.
En zo loop ik op een doordeweekse septembermiddag door Rockville, ooit een dorp in de staat Maryland, nu een slaperige buitenwijk van de stad Washington. Samen met Jody, een al even onwennige vrijwilliger als ik, met Jamaicaanse wortels, bel ik bij vreemden aan om te pleiten voor Angela Alsobrooks, namens de Democraten in Maryland kandidaat voor een zetel in de Amerikaanse Senaat.
Blauw
Bij Amerikaanse presidentsverkiezingen stemt Maryland betrouwbaar ‘blauw’ (Democratisch) Maar bij andere verkiezingen kan dat anders zijn. In 2015 werd Republikein Larry Hogan gekozen tot hoogste baas van de staat, en hij was razend populair toen hij in 2023 niet meer herkiesbaar was. Hij is één van de weinige Republikeinen die oud-president Donald Trump publiekelijk bekritiseert. Dus kandideerde de Republikeinse partij hem strategisch voor de landelijke Senaat in namens het ‘blauwe’ Maryland.
Vroege peilingen lieten zien dat sommige Democratische kiezers inderdaad overwogen op de Republikein Hogan te stemmen. Dat zou de Democratische partij een cruciale Senaatszetel kosten, en misschien ook hun krappe meerderheid in de Senaat – in het Amerikaanse stelsel een grote machtsverschuiving.
De Democratische tegenkandidaat, Angela Alsobrooks, is een relatieve nieuwkomer zonder landelijke politieke ervaring. Om haar te helpen werd ze op de Democratische Conventie al in het zonnetje gezet. Nu is het de taak van Jody en mij om kiezers persoonlijk op te porren op haar te stemmen in plaats van op de populaire oud-gouverneur.
Als niet-Amerikaan mag ik politieke campagnes in het land niet financieel steunen. Zelfs een petje kopen is strafbaar. Maar zolang ik geen vergoeding krijg en geen campagnebeslissingen neem mag ik wel met politieke folders bij mensen aanbellen – het is (nog) een vrij land.
Toch laat ik mijn Amsterdamse nationaliteit even onbesproken als ik het karig ingerichte partijkantoortje in Gaithersburg, Maryland instap. Vandaag ben ik weer even een Washingtonian met een grappig (‘Is it Scottish?’) accent.
Kale muren
In verkiezingstijd openen Amerikaanse partijen en politieke organisaties duizenden van zulke tijdelijke kantoortjes. Kale muren, een paar bureaus, rondslingerende dozen en idealistische, laagbetaalde medewerkers die gebogen over laptops kiezers bellen of vrijwilligers zoals ik opsporen en stimuleren om in actie te komen.
De e-mail met de bevestiging van mijn aanmelding sprak van een training vooraf, maar dat valt mee. Jody en ik (we lopen allebei liever niet alleen) krijgen een stapeltje folders en een speciale app mee. Die bevat een kaartje met 36 huisadressen van kiezers die zich volgens hun registratie liëren aan de Democratische partij of aan de ‘No Labels party’, een soort Republikeinen-light. Het is duidelijk: voordeuren met overtuigde Republikeinse kiezers slaan we vandaag over.
Voordat we aanbellen weten we al wie open zal doen: naam, leeftijd, geslacht, partij-affiliatie en telefoonnummers van de kiezer, het staat allemaal in de app. We kunnen ook zien of al is geprobeerd ze te bellen.
Jehovagetuigen
Ik had me voorgenomen om me als buitenlander bescheiden op te stellen, maar Jody heeft pijnlijke knieën en dus beklim ik als eerste de trapjes om aan te bellen. (De meeste deurbellen ontbreken of zijn kapot, dus wordt het ‘knocking on doors’ wel heel letterlijk.)
Bij de meeste deuren vangen we bot: niemand thuis. Eén huis ziet er zo onguur uit dat we de voordeur niet eens durven benaderen – in de VS kun je zomaar van het erf worden geschóten. Achter twee voordeuren gaan honden woest tekeer. Het eerste baasje doet, in gevecht met een terriër, nog heel even open; de tweede schreeuwt ons door het raam toe dat we – vrij vertaald – op moeten rotten. Ik begin me af te vragen hoeveel mensen ons voor Jehovagetuigen aanzien.
Gelukkig ontstaan er ook leuke gesprekken. Een ouder echtpaar is diep erkentelijk voor onze moeite – en of we weten hoe ze schriftelijk kunnen stemmen. (Gelukkig weten we een website.) Met een vrouw van Arabische afkomst praten we over haar diepe twijfels door Amerikaanse bommen op Gaza. Een vrouw van Chinese afkomst getuigt in gebrekkig Engels van haar afkeer van Trump en vraagt waar ze moet stemmen (onze app weet raad). Een man meldt dat hij én zijn vrouw zéker voor Democraten gaan. Een zoon des huizes, net 18, en nog niet zichtbaar in de app, zegt vast en zeker te gaan stemmen. Een man die Republikeins stemt roept snel zijn vrouw, die vertelt dat ze thuis niet meer over politiek praten.
Effect
In de app vinken we aan op wie we denken dat ze waarschijnlijk gaan stemmen. Ook wie niet thuis is of verhuisd krijgt een vinkje. Al die informatie belandt in de Democratische database. Wie we niet hebben bereikt, krijgt later nog een telefoontje, bezoekje of ansichtkaart.
Na ruim drie uur rondsjouwen en 36 voordeuren rijden Jody en ik terug naar het partijkantoortje. De app maakt de balans op. Van de 49 kiezers hebben we 15 bereikt (een bovengemiddelde score). Van hen waren 13 geregistreerde Democraten en 2 Republikeins-light.
Heeft canvassen effect? Politieke partijen denken van wel.
Honderden miljoenen dollars worden er deze verkiezingscyclus aan uitgegeven. Alleen al de campagne van Kamala Harris heeft volgens de New York Times ruim 350 kantoren in zes, zeven swing states. Per week kloppen duizenden vrijwilligers er op 600 duizend voordeuren en bellen ze drie miljoen telefoonnummers. En dan zijn onze voordeuren, voor senatoren en afgevaardigden in tientallen andere staten, nog niet meegerekend.
Er is wel gepoogd het effect van al dat kloppen wetenschappelijk te meten. Meestal is de conclusie dat maar heel weinig kiezers van mening veranderen. Moeilijker te meten is of ze vaker ook echt gaan stemmen, en juist die opkomst geeft in de praktijk vaak de doorslag.
Schuiven
Jody en ik hebben niet de illusie in onze trektocht iemand te hebben bekeerd. Maar we hebben 15 kiezers laten zien en voelen dat deze verkiezingen er echt toe doen, dat aardige, belangstellende mensen zich er hard voor inzetten. Dat is voor die kiezers misschien reden hun stemomroep weer op te zoeken, alvast schriftelijk te gaan stemmen, of kinderen en vrienden aan te zetten óók te gaan stemmen.
En misschien is het toeval, maar een week na onze ommegang beginnen de peilingen te schuiven. Angela Alsobrooks lijkt langzaam maar zeker toch op een overwinning af te stevenen, en één Senaatszetel in Democratische handen te houden.
Nu Nederland nog.

