|
Genealogie Vermij |
|
Over de familie Vermij Laatst gewijzigd 11 november 2019 Aanvankelijk was de stamvader van 'mijn' familie Huijg Jans van der Mij. Sindsdien heb ik de voorouders van deze Huijg gevonden. Zij bleken afkomstig te zijn uit Leiderdorp. Via de pagina Genealogische Gegevens op deze site (zie link hiernaast) vindt u meer hierover. De naam Van der Mij / Vermij werd pas gebruikt sinds de familie in Zevenhuizen reso. Nieuwerkerk woonde Dit 'van der' werd in de tweede helft van de 17e eeuw vervangen door het kortere 'Ver'. De daarop volgende acht generaties gebruikten in de meeste gevallen de spelling Vermij (zonder 'e 'dus). In de dtb-registers (Zevenhuizen, Reeuwijk, Zwammerdam, Rijnsaterwoude) schreef de dominee hardnekkig Vermeij, en ook na de invoering van de Burgerlijke stand schreven sommige ambtenaren Vermeij. Als mijn eigen voorouders zelf iets tekenden, was dat echter vrijwel altijd met Vermij. Een enkele keer schreef iemand Vermei. Vanaf het midden van de 19e eeuw komt de spelling Vermeij alleen bij uitzondering niet meer voor in deze familie. Waar woonden zij? De familie Vermij is afkomstig uit Zuid-Holland. Tot voor kort was de vroegst bekende voorvader Huijg Jans van der Mij. Hij woonde in Nieuwerkerk aan de IJssel. Inmiddels heb ik drie vroegere generaties gevonden, die de naam van der Mij nog niet voerden. Deze vroegere generaties woonden in Leiderdorp. De vroegste voorvader heette Aelwijn Roelen. Hij was behalve boer ook schout van Leiderdorp. Zijn zoon, Roelof Aelwijns, en zijn gezin hadden hevig te lijden onder het beleg van Leiden. Vlak na het einde daarvan (1574) overleed Roelof. Zijn vrouw hertrouwde met een man uit Zevenhuizen, waarna zij met haar kinderen, onder wie Aelwijn Roelofs, naar Zevenhuizen vertrok. Diens zoon Jan Aelwijns, en ook diens broer Roelof Aelwijns, namen na 1630 de naam van der Mij aan. Jan verhuisde tussen 1640 en 1665 naar Nieuwerkerk aan de IJssel. Daar werd zoon geboren. Huijg Jans van der Mij kreeg in Nieuwerkerk vijf kinderen. Van de twee zoons van Huijg Jans van der Mij verhuist Jan (IIa) rond 1686 naar Kralingen, Cornelis (IIb) woont in Zevenhuizen. Van de nakomelingen van Jan Huijgen Vermeij (IIa) blijft zoon Huijg (IIIa) na zijn huwelijk in Kralingen wonen. Huijg Jansz Vermey krijgt twee zoontjes, die beiden jong overlijden. Jan Jansz Vermey (IIIb) laat kinderen dopen in achtereenvolgens Kralingen, Zevenhuizen en Hillegersberg. Van de vijf kinderen van deze Jan lijkt alleen dochter Marietje volwassen te worden. Haar kinderen heten Vermeulen naar hun vader. De naam Vermeij lijkt via deze lijn dan ook uitgestorven. Cornelis Huijgen Vermeij (IIb) en zijn gezin wonen in de polder Swalla, tussen Nieuwerkerk en Zevenhuizen in. Zijn kinderen worden allen gedoopt in Zevenhuizen. Enkele jaren na Cornelis' dood, in 1731, verhuizen zijn vier zoons (dochter Maria heb ik niet meer kunnen traceren) samen met hun moeder, Neeltje Harmens Kock, naar Reeuwijk en Zwammerdam, waar zij grond kopen en vervenen, aanvankelijk in de polders Voshol en Wonne, later ook in de Tempelpolder. Van deze vier broers krijgt de oudste, Huijg, geen kinderen. Hij koopt wel grond, en speelt een belangrijke rol in kerk-, ambachts- en polderbestuur. Dirk Cornelisz Vermij (IIIc) verhuist al rond 1726 naar Schiebroek, zijn kinderen - uit twee huwelijken - worden gedoopt in Overschie. Dirk komt in 1736 ook naar Zwammerdam, zijn jongste kind wordt in 1741 in Reeuwijk gedoopt. De twee jongere broers, Jan (IIId) en Maarten (IIIe), krijgen beiden een hele reeks kinderen, die worden gedoopt in Reeuwijk en/of Zwammerdam. Vierde en latere generaties Het lijkt erop dat de acht kinderen van Dirk (IIIc) uit zijn beide huwelijken slechts twee dochters volwassen worden, zodat deze tak van de familie Vermeij via de mannelijke of naamslijn uitsterft. Dochter Maria krijgt wel een zoontje, Cornelis, in onecht. Tien jaar later trouwt zij met Pieter de Vries. Het is niet helemaal zeker of Cornelis overleeft en zo ja, welke achternaam hij draagt. Dochter Jannetje trouwt op 43-jarige leeftijd Hugo Brouwer. Gezien haar leeftijd krijgt zij hoogstwaarschijnlijk geen kinderen. Alle nazaten van de familie Vermij van de vierde generatie die ik tot nu toe heb gevonden, stammen af dus van Jan en Maarten Cornelisse Vermeij. Nakomelingen van Jan Cornelisz Vermeij (IIId): De meeste nakomelingen van Jan Cornelisz. Vermij (IIId) blijven in de omgeving van Reeuwijk wonen. Zij vervenen in de polders ten noorden van Reeuwijk (Voshol, Wonnen, Tempel, later ook Broekvelden en Elfhoeven). Mijn eigen voorvader Jan Vermeij (Va) verhuist rond 1795 naar Rijnsaterwoude / Woubrugge (zie hieronder). Nakomelingen van Maarten Cornelisz Vermeij (IIIe): De zoon van Maarten Cornelisse Vermeij (IIIe), Cornelis Maartense Vermeij (IVb), trouwt en krijgt nageslacht (veertien kinderen, van wie de meeste voor of kort na hun eerste verjaardag overlijden). Cornelis' zoon Pieter Vermij (Vc) trouwt in Alblasserdam. Hier worden ook zijn (acht) kinderen geboren. De zoon van Pieter Vermij en Grietje Booij, Abraham Vermij (VId), verhuist naar Hendrik-Ido-Ambacht. Vandaaruit verhuizen nakomelingen Vermij naar (plaatsen rond) Rotterdam. Eén gezin vertrekt in 1923 naar Salt Lake City in de VS. Zowel Pieter als zijn zoon Abraham, en ook diens zoons, zijn (turf)schipper. Verhuizingen De verhuizingen van de vroegst bekende generaties Vermij hield vermoedelijk rechtstreeks verband met omstandigheden in het veen: de familie voorzag in haar levensonderhoud door grond te vervenen, zij waren 'veenman'. De verhuizing van de vier zoons van Cornelis Huijgen Vermeij (IIb) naar Reeuwijk omstreeks 1736 had te maken met het feit dat het gebied rond Zevenhuizen en Nieuwerkerk voor een groot deel ontveend was, terwijl in diezelfde tijd voor gebieden rond Reeuwijk vergunningen voor vervening werden uitgegeven, eerst in de polders Voshol en Wonne, later ook in de Tempelpolder tussen Reeuwijk en Zwammerdam. Zij verhuizen dan samen met hun moeder, Neeltje Harmens Kock, naar Reeuwijk. Ook Dirk, die dan al jaren met zijn gezin in Overschie woont, voegt zich in 1736 bij zijn broers, daar wordt in 1740 zijn laatste kind gedoopt. De kinderen van Jan en Maarten Cornelisse Vermeij (IIId en IIIe) worden vanaf 1738 meestal gedoopt in Reeuwijk, dat was het dichtst bij. Kerkelijk hoorden zij echter onder Zwammerdam: zij woonden aan de Zwammerdamse kant van de Tempeldijk, zodat de doop van sommige kinderen ook daar vermeld staat. Hetzelfde geldt voor de kinderen van zoon Dirk Jansz Vermeij (IVa). Het vertrek van Jan Vermij (Va) in 1795 naar Woubrugge had ongetwijfeld te maken met het feit dat in die tijd vanwege de Franse inval de polders rond Gouda onder water werden gezet in het kader van de Hollandse waterlinie. Jans broers en zussen blijven wel in Zwammerdam wonen. Tegen het eind van zijn leven keert Jan met zijn vrouw terug naar Sluipwijk, eveals zijn zoon Dirk. Deze Dirk Vermij (VIa) verhuist na na de dood van zijn eerste vrouw naar Sluipwijk, waar hij in 1829 hertrouwt met een meisje uit Sluipwijk. Daar krijgt Dirk nog acht kinderen. Dirks jongste zoon Pieter Vermij (VIIb), tenslotte, verhuist naar Gouda. Pieter heeft een omvangrijk nageslacht, dat nog generaties lang in Gouda blijft wonen. Beroep Naast het vervenen hielden de latere Vermijen zich ook bezig met het vervoeren van turf: veel van hen werden turfschippers. Al vanaf de vierde generatie (Cornelis Maartense, IVb), en in een andere tak vanaf Gijsbert (Vb), komen (turf)schippers voor. Nog later gaan sommigen turf verkopen. Zo was mijn bet-overgrootvader Pieter (VIIb) koopman in brandstoffen in Gouda. Bet-overgrootmoeder Geertje Sloof zette na Pieters dood de winkel in brandstoffen aan de Groeneweg voort. Hun kinderen zetten deels de familietraditie voort, als (turf)schippers en brandstofhandelaars. Bestuursfuncties Sommige van de vroegere Vermijen speelden een rol bij het bestuur in de polder. Zo vervulden zowel Huigh (IIb-2) als zijn broer Jan (IIId) lange tijd functies als heemraad, ambachtsbewaarder van de ambacht Reeuwijk en poldermeester van de Gecombineerde Veenpolder. Ook Jans zoon Dirk (IVa) vervulde al deze functies. Hun aanstellingsbrieven voor de functies in het kerk-, ambachts- en polderbestuur zijn te vinden in het Archief van het Hoogheemraadschap Rijnland in Leiden. Gezinsomstandigheden en kindersterfte De Vermijen kregen in het algemeen veel kinderen, van wie er altijd wel enkele overleden. De gezinnen telden in het algemeen uiteindelijk meestal zo'n vijf tot zeven kinderen. Welstand en kindersterfte hangen waarschijnlijk niet in alle gevallen samen, maar het ging het ene gezin wel duidelijk beter dan het andere. Waar de meeste kinderen van Cornelis Huijgen Vermeij (IIb) bleven leven (vijf van de zeven), stierven in latere generaties soms meer dan de helft van de kinderen jong. Zo overleden de meeste kinderen van Dirk Cornelisse Vermeij (IIIc) in Overschie jong. Van de acht kinderen van Maarten (VIb) overleden er vijf voor hun eerste verjaardag. In het gezin van Cornelis Maartense Vermij (IVb) stierven van de veertien kinderen zelfs tien en werden er slechts vier volwassen. Er waren ook uitzonderingen: van de acht kinderen van Jan Vermeij (Vc) bleven er zes in leven. Nog in de tweede helft van de 19e eeuw overleden echter vier van de vijf kinderen van Leendert Cornelis (VIIa), en van de veertien kinderen van zijn jongere broer Pieter (VIIb) stierven er zeven voor hun eerste verjaardag. Sprongetje naar Friesland Verreweg de meeste nakomelingen van de familie Vermij van de generaties IX en later woonden ook in de 20e eeuw nog steeds in (de omgeving van) Gouda, met uitzondering van mijn eigen grootvader Leendert (IXi) die als 'schrijver voor de Rijksgebouwendienst' omstreeks 1925 vanuit 's-Gravenhage werd overgeplaatst naar Leeuwarden. naar begin pagina |