Menu Close

VS bouwen aan dam tegen ‘spam’

Staatscourant, mei 2003

Ongevraagde reclame dreigt het e-mailverkeer te verlammen. Na Europa begint ook Amerika serieus over maatregelen na te denken. De vraag is alleen wat beter werkt: nieuwe wetten of nieuwe technologie.

WASHINGTON — In een onopvallend kantoorgebouw in de buitenwijken van Washington worden iedere dag miljarden brieven geopend. De meeste passeren naar de geadresseerde. Maar ongeveer twee miljard worden zonder pardon vernietigd.

De beoogde ontvangers van de verdwenen brieven klagen niet. Sterker nog: als het aan hen lag werden nog veel meer achtergehouden. Want het kantoor is niet van een geheimzinnige Amerikaanse inlichtingendienst, maar behoort toe aan America Online (AOL), met 35 miljoen abonnees ‘s werelds grootste internetaanbieder. En het bedrijf onderschept geen liefdesbrieven maar spam — ongevraagd verzonden reclame.

Anders dan Europa, dat vorig jaar al besloot dat het ongevraagd toesturen van e-mailreclame moet worden verboden, talmden de Verenigde Staten tot nu toe met maatregelen; de vrijheid reclame te maken geldt in de V.S. als een groot goed.

Maar de prijs van die terughoudendheid begint voelbaar te worden — voor Amerikaanse zowel als niet-Amerikaanse e-mailgebruikers. Volgens gespecialiseerde bedrijven is de hoeveelheid e-mailreclame afgelopen jaar meer dan verdubbeld. Bijna de helft van alle mailverkeer ter wereld bestaat inmiddels uit spam. Het versturen én onderscheppen van dat bombardement kost jaarlijks tientallen miljarden euro’s en dollars.

Als er niets gebeurt, raken consumenten de komende jaren overspoeld. Steeds meer van hen zullen zich van het medium afkeren. Die dreiging lijkt Amerikaanse geesten rijp te maken voor ingrijpen. De vraag is alleen: hoe? Strenge wetgeving zoals in Europa? Of zijn de ontsnappingsroutes zo talrijk dat alleen nieuwe technologie uitkomst kan bieden?

Terwijl op federaal niveau tot nu toe niets gebeurde, zaten wetgevers in Amerikaanse staten de afgelopen jaren niet stil. Meer dan de helft van de vijftig staten kent al verboden op het versturen van spam. Sommige van die wetten zijn zelfs met enig succes door internetaanbieders gebruikt om miljoenen dollars aan schadevergoeding te eisen.

De strengste Amerikaanse wet geldt sinds deze maand in Virginia, de thuisbasis van AOL. De staat zette een gevangenisstraf van maximaal vijf jaar op het massaal versturen van e-mailreclame met vervalste retouradressen. Bovendien mag de overheid winst en computers van overtreders in beslag nemen. De nieuwe wet geldt voor alle e-mail die Virginia passeert — circa 70 procent van alle Amerikaanse elektronische post. Bij de ondertekening erkende de gouverneur van de staat dat, door het grensoverschrijdend karakter van internet, handhaving een probleem zal worden. Maar, zo zei hij hopvol, de Virginia-wet kan als blauwdruk gaan dienen voor wetten elders in het land en de wereld.

Zover is het nog niet, maar op federaal niveau komt wel iets op gang — al was het maar om te voorkomen dat een onwerkbare lappendeken van lokale wetten ontstaat.

De meeste aandacht gaat uit naar de CAN SPAM Act, een wetsontwerp dat al in 2000 werd opgesteld door twee senatoren: Conrad Burns (Republikein) en Ron Wyden (Democraat).

Ook de CAN SPAM Act zou het versturen van commerciële e-mail met een vervalste afzender verbieden. Daarnaast zou de wet sancties stellen op mail waarin de ontvanger niet de mogelijkheid krijgt zijn adres van de verzendlijst te halen. Het ontwerp kiest dus voor de zogeheten opt-out-aanpak: consumenten mogen worden blootgesteld aan ongevraagde reclame ténzij ze er expliciet bezwaar tegen maken. Voor de marketingindustrie is dat aantrekkelijker dan de Europese richtlijn, die het opt-in-principe hanteert: reclame mag pas worden verstuurd als consumenten toestemming hebben gegeven.

De CAN SPAM Act bevat een maximale gevangenisstraf van één jaar, alsmede boetes tot maximaal een half miljoen dollar. Toch zijn die relatief lage straffen niet de voornaamste reden dat Amerikaanse staten zich massaal tegen het wetsontwerp hebben uitgesproken. Zij zijn vooral boos dat deze federale wet alle lokale wetten zou schrappen, zodat een staat niet strenger kan zijn dan de federale overheid.

Inmiddels liggen er echter meer wetsontwerpen op de tekentafel. Zo wil senator Charles Schumer (Democraat) een landelijk meldpunt oprichten waar consumenten kunnen vastleggen dat ze geen e-mail-reclame willen ontvangen, net zoals later dit jaar voor telemarketing gebeurt. Negeren van deze do-not-mail-list zou strafbaar worden. In het Huis van Afgevaardigden diende deze week Democrate Zoe Lofgren een voorstel in dat marketeers zou verplichten e-mail te markeren met de letters ‘ADV’. Opsporing van overtreders zou deels worden geprivatiseerd door ‘spam-jagers’ een premie van twintig procent van de boetes in het vooruitzicht te stellen.

Hoe de Amerikaanse wet uiteindelijk ook zal luiden, een eind maken aan de stroom spam zal hij waarschijnlijk ook niet. Verzenders kunnen zich daarvoor te eenvoudig verschuilen achter buitenlandse of gekaapte computers. (Nu al wordt veel spam verstuurd via onwetende computerbezitters met breedband-internetabonnementen.) Daarom is een ander Amerikaanse initiatief in de praktijk misschien belangrijker: het besluit, vorige maand, van de drie grootste e-mailaanbieders om de handen ineen te slaan. America Online, Microsoft en Yahoo, samen goed voor een kleine honderd miljoen e-mailadressen, willen onderzoeken of een nieuwe technische standaard voor het verzenden van e-mail kan worden ontwikkeld. De nieuwe technologie zou het onmogelijk moeten maken de afzender te verbergen. Gebruikers zouden dan kunnen beslissen alleen nog e-mail te willen ontvangen van verzenders wier identiteit te achterhalen valt.

Tot het zover is berust de strijd tegen spam echter voor een groot deel bij vrijwilligers die bereid zijn het recht in eigen hand te nemen. Actiegroepen onderhouden al geavanceerde registers met technische details over bekende spam-verspreiders, waarmee systeembeheerders hun computers deels reclamevrij kunnen houden. En verspreiders die met naam en toenaam bekend raken, kunnen tegenwoordig harde actie verwachten.

Zoals de directeur van Maryland Internet Marketing, een regelmatige verzender van spam, wiens huisadres en telefoonnummer kort geleden op een website werd gepubliceerd. Tegenover de Washington Post verklaarde hij zijn activiteiten te hebben beëindigd, na het ontvangen van talloze dreigtelefoontjes — en honderden ongevraagde tijdschriftabonnementen en postordercatalogussen in zijn brievenbus.

Related Posts