Menu Close

VS willen zuiniger auto’s — over twintig jaar

Staatscourant, februari 2002

De Amerikaanse regering staakt de steun voor onderzoek naar zuiniger benzine-auto’s. Het energieministerie zet vanaf nu al zijn kaarten op de ontwikkeling van elektrische auto’s op waterstof.

WASHINGTON — Tien jaar zou het kosten, hoopte destijds de nog jonge en optimistische regering van president Clinton. In 2004 zouden de drie grote Amerikaanse autofabrikanten een betaalbare, volwaardige gezinsauto in de showroom moeten hebben die op één liter benzine meer dan 33,5 kilometer kan rijden — bijna drie keer zo ver als op dat moment gebruikelijk was.

Een door de overheid gesteund onderzoeksprogramma, door toenmalig vice-president Al Gore enthousiast vergeleken met het Apollo-ruimteprogramma, zou het wonder werkelijkheid laten worden, en het verbruik van fossiele brandstof en de uitstoot van kooldioxide in de Verenigde Staten intomen.

Anderhalf miljard aan belastingdollars verdween sindsdien in de ontwikkeling van wat de ‘nieuwe generatie’ auto’s werd genoemd. De fabrikanten zelf legden er tot nu toe uit eigen portemonnee acht miljard dollar bij. Desondanks moet, acht jaar later, worden vastgesteld dat van de optimistische doelen weinig terecht lijkt te komen. Geen van de Amerikaanse autofabrikanten heeft een auto met de beloofde zuinigheid op de tekentafel staan — zelfs geen enkel model dat maar een beetje in de buurt komt. Alleen Japanse concurrenten, zoals Toyota en Honda, gaan nog een beetje in de richting met recente ‘hybriden’, die dankzij een extra elektromotor onnodige energieverliezen voorkomen, en zo op één liter benzine tot 28 kilometer halen — op de snelweg, wel te verstaan.

Verwend door lage benzineprijzen en hoge inkomens verloren de meeste Amerikanen bovendien iedere interesse in zuinige auto’s. Kleine verbeteringen in de efficiëntie werden de afgelopen jaren méér dan teniet gedaan doordat de consument steeds grotere modellen aanschaft.

Nieuwe Amerikaanse personenauto’s moeten wettelijk ten minste 11,6 kilometer per liter benzine halen; alleen light trucks mogen, wij wijze van uitzondering, met 8,8 kilometer per liter minder zuinig zijn. En met de exploderende verkoop van grote auto’s die eufemistisch minivan (minibestelwagen) of sport utility vehicle (sport-bedrijfswagen) worden genoemd, is de categorie light truck drastisch uitgebreid.

Maar de gemiddelde nieuw-verkochte personenauto in de Verenigde Staten, meldde het ministerie van verkeer eind vorige jaar, slurpt méér benzine dan ooit in de afgelopen sinds 1980, en komt niet verder dan een magere 10,4 kilometer per liter.

Alle reden dus om het door Al Gore begonnen project een stap op te voeren, zou daaruit kunnen worden afgeleid. Dat is echter niet wat de Amerikaanse auto-industrie beoogt. En afgelopen maand werd duidelijk dat de regering-Bush de fabrikanten steunt.

Het onderzoeksprogramma New Generation wordt voortijdig gestaakt, onthulde energieminister Spencer Abraham in een rede op een autoshow in Detroit. Ervoor in de plaats komt een project met een nóg ambitieuzer doel: de ontwikkeling van kleine én grote personenwagens die worden voortgedreven door stroom uit een brandstofcel — `zuiniger, goedkoper in het gebruik, niet-vervuilend en concurrerend in de showroom,’ aldus Abraham.

De naam van het nieuwe project past in de geest van het moment: FreedomCAR. Afgelopen maandag maakte president Bush bekend er jaarlijks 150 miljoen dollar voor te willen uittrekken.

Onschuldig

Een brandstofcel is nog het best te vergelijken met een batterij die continu wordt bijgeladen. Om stroom te blijven leveren, verbruikt de cel twee gassen: zuurstof (O2 ) en waterstof (H2 ). Het chemische proces heeft maar één afvalstof: water (H2 O), dat in de vorm van onschuldige waterdamp de batterij verlaat.

Auto’s op brandstofcellen zijn geen absolute oplossing voor het energie- en broeikasprobleem, zoals door Abraham lijkt te worden gesuggereerd. De wereld beschikt weliswaar over een ‘oneindige voorraad waterstof’, maar helaas niet in de vorm die brandstofcellen gebruiken. Voor het maken van waterstofgas is energie nodig — energie die ergens anders vandaan moet komen.

Theoretisch kan die energie komen uit zonlicht of wind, waarmee auto’s zouden veranderen in milieuvriendelijke transportmiddelen. Maar in de praktijk zal waterstof waarschijnlijk vooral worden gewonnen uit aardgas, waardoor reducties beperkt zouden blijven tot zo’n 25 procent.

Niettemin zouden veel voordelen overblijven. Elektromotoren zijn stil en efficiënt, zeker in files of stadsverkeer. Eventueel opvangen en opslaan van kooldioxide wordt gemakkelijker wanneer aardgas centraal wordt verbrand en niet, zoals nu, omhoog kringelt uit miljoenen auto-uitlaten. Bovendien kan waterstofgas overal worden gemaakt — ook in landen die zelf niet beschikken over olie. Niet voor niets benadrukte Abraham in Detroit dat auto’s de belangrijkste verbruikers zijn van de tien miljoen vaten olie die de V.S. per jaar importeren. Die hoeveelheid moet drastisch omlaag wil het land minder afhankelijk worden van olieproducerende landen.

Alle reden dus, menen zowel Abraham als de autofabrikanten, om onverwijld álle kaarten te zetten op het opruimen van technische barrières voor de breedschalige toepassing van brandstofcellen. Compacte, lichte en veilige waterstoftanks uitvinden, bijvoorbeeld, en een compleet nieuw waterstof-distributienet. Last but not least zal de kostprijs van brandstofcellen met een factor vijf tot tien naar beneden moeten.

De reacties op de ommezwaai in het Amerikaanse beleid zijn voorzichtig, al was het maar omdat in het nieuwe programma niet meer geld wordt uitgetrokken dan in het oude. Milieubeschermers zijn blij met voortgaande subsidiëring van onderzoek naar zuinige auto’s, maar vrezen tegelijk dat de resultaten te lang op zich laten wachten. Tussentijdse uitkomsten zullen niet leiden tot zuiniger benzine-auto’s. En zelfs als alle technische barrières uiteindelijk worden geslecht, dan nog zijn grote aantallen brandstofcelauto’s pas tussen 2010 en 2020 te verwachten. Tot die tijd zal de verkoop van steeds grotere, benzineslurpende auto’s dus onverminderd doorgaan.

`We dreigen ons te richten op mooie lange-termijndoelstellingen, terwijl we nalaten de eerste stap te zetten,’ aldus een in Washington gevestigde milieulobbygroep. `Strengere regels voor het verbruik van nú verkochte auto’s vormen wat ons betreft die eerste stap.’

Abraham spreekt de sceptici echter tegen. `De doelstelling van FreedomCAR, en de visie erachter, geldt inderdaad de lange termijn,’ aldus de minister in Detroit. ‘Maar dat maakt ze nog niet onrealistisch.’

Related Posts