Menu Close

De opmars van de digitale landkaart

Heel Nederland wordt in de computer gestopt. Van elke plek op de kaart wordt opgeslagen wat voor mensen er wonen, wat er in de grond zit, hoe de werkgelegenheid is en wat het dichtstbijzijnde busstation is. Alle kaartjes samen leveren in een oogopslag nieuwe verbanden op.

IN HET OVERVOLLE Nederland is de afgelopen decennia veel moeite gedaan om de verdeling van de schaarse ruimte in goede banen te leiden. In lijvige rapporten ontvouwt de overheid van tijd tot tijd haar visies over waar volgens haar gewoond, gewerkt en gerecreëerd moet worden.

De jongste telg aan deze boom was de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening. Daarin stond, dat voor een economisch verenigd Europa een sterke Randstad noodzakelijk is. Omdat we bovendien dreigen te stikken in ons autopark, moeten werknemers dicht bij hun werk in die Randstad wonen, liefst vlakbij knooppunten van het openbaar vervoer.

Omdat er gemiddeld steeds minder mensen in een huis wonen, concludeerde de nota ook dat er tot het jaar 2015 liefst twee miljoen woningen extra gebouwd moeten worden. De helft daarvan kunnen we kwijt in bestaande steden en wijken. Voor het andere miljoen moet echter nog een plaatsje elders in de Randstad gevonden worden. Het vinden van voldoende bouwplaatsen lijkt door alle moderne eisen geen gemakkelijke opgave. Om de taak te kunnen klaren nam de Rijks Planologische Dienst haar toevlucht tot een betrekkelijk nieuwe ontwikkeling: een Geografisch Informatie Systeem, oftewel een GIS.

Kaartjes

In een GIS kunnen enorme hoeveelheden gegevens over een bepaald gebied niet alleen worden opgeslagen, maar ook met elkaar worden gecombineerd. Van een gebied kunnen talloze ‘thematische kaartjes’ gemaakt worden, die op elke gewenste manier over elkaar heen gelegd kunnen worden.

Geografische informatiesystemen hebben alles te maken met computers. Alleen dankzij de moderne elektronica kunnen de benodigde enorme bestanden worden opgezet, waarin van elk punt op de kaart allerlei gegevens zijn vastgelegd. Daarbij maakt het weinig meer uit om wat voor gegevens het gaat: alles wat maar aan een landkaart te koppelen valt, komt in aanmerking om opgenomen te worden in een geografisch informatiesysteem.

Voor het vinden van één miljoen geschikte bouwlocaties moet eerst beslist worden aan welke eisen die moeten voldoen. Volgens ‘de Vierde Nota’ moeten de toekomstige bewoners dicht bij hun banen zitten. Om het openbaar vervoer te stimuleren, moet vlak in de buurt een NS-station te vinden zijn. De nieuwe wijk mag niet ten koste gaan van natuur- of waterwingebieden, en de geluidsoverlast door autowegen of opstijgende vliegtuigen mag niet boven de normen uitkomen. Ook bouwen op vervuilde grond is taboe, maar voor recreatie moet men weer niet te ver hoeven reizen.

Natuurlijk zouden we met een gewone kaart en een stapel tabellen een heel eind komen. Nadeel van die methode is alleen dat het al snel knap ingewikkeld wordt om alle plekken met elkaar te vergelijken. En dan nog: we zouden het gevoel niet kunnen onderdrukken dat we een groot aantal mogelijkheden over het hoofd zien.

Met de toepassing van een geografisch informatiesysteem behoren die problemen tot het verleden. We hoeven alleen voor elk punt op het wensenlijstje een aparte kaart te maken van mogelijke nieuwbouw-gebieden. Zo geven we op één kaart aan welke delen van de Randstad gunstig liggen ten opzichte van het openbaar vervoer. Een andere kaart toont ons waar de meeste werkgelegenheid vanuit trein en bus te vinden is. Weer een andere kaart laat zien waar de belangrijkste natuur- en recreatiegebieden te vinden zijn. Zo wordt het hele lijstje afgewerkt.

Wanneer tenslotte de verschillende kaarten op de juiste manier ‘over elkaar heen’ worden gelegd, blijven vanzelf de plaatsen over die, op basis van de criteria, in aanmerking komen voor woningbouw.

Harde kern

Bovenstaand onderzoekje (zie illustraties) werd op verzoek van de Nederlandse Rijks Planologische Dienst uitgevoerd door een groep geografen van de Rijksuniversiteit Utrecht, waar zich een harde kern van GIS-fans bevindt. Vorige week organiseerden zij in Amsterdam een congres, waar ruim achthonderd wetenschappers uit verschillende landen de stormachtige ontwikkelingen probeerden bij te houden.

Het uiteindelijke kaartje toont – het zal menigeen verrassen – nog meer dan genoeg mogelijke bouwlocaties. “Dat wisten we natuurlijk ook wel”, grijnst GIS-aanhanger van het eerste uur dr H.J. Scholten in reactie op die constatering. “We hadden natuurlijk al even met het systeem gespeeld voor we die miljoen woningen in de Vierde Nota zetten.” Scholten werkt als geograaf aan de Amsterdamse Vrije Universiteit, maar heeft daarnaast de invoering van een eigen geografisch informatiesysteem voor de Rijks Planologische Dienst begeleid. Tegenwoordig doet hij hetzelfde bij het Rijks Instituut voor de Volksgezondheid en Milieuhygiëne (RIVM).

Hij kan dan ook goed aangeven waar de nieuwe systemen bruikbaar zijn, en zelfs al worden toegepast. Zo worden op grond van normen voor geluidsoverlast en vliegtuig-kenmerken driedimensionale kaarten van het gebied rond Schiphol gemaakt, om te kijken of er nog een gaatje open is voor een nieuwe startbaan met aanvliegroute.

Om toekomstige problemen rond de drinkwatervoorziening te voorspellen, worden kaarten gebruikt waarop grondwaterstanden, veehouderijen, bodemtypen, benzinestations, afvalverwerkingsbedrijven, gebruik van bestrijdingsmiddelen en menselijke bewoning zijn vastgelegd. De combinatie van al die informatie levert gebieden op waar over korte of langere tijd het naar boven gehaalde grondwater ernstig vervuild zal zijn. Dankzij de kaarten kan snel bekeken worden welke maatregelen zinvol zijn: moet de afvalverwerker dicht, of kunnen de benzinestations beter worden aangepakt. Al deze gegevens en berekeningen samen leiden tot weer een nieuw regeringsrapport: de Nota Waterhuishouding.

Volgens Scholten zullen geografische informatiesystemen de komende jaren snel aan betekenis winnen. Over een paar jaar zal ons land vrijwel volledig ‘in de computer gestopt’ zijn. Met de basiselementen van het landschap is dat al gebeurd: wegen, spoorlijnen, woningen, campings, natuurterreinen en ziekenhuizen zijn al in de digitale kaart van Nederland (schaal 1:25.000) opgenomen. Dat heeft miljoenen guldens gekost, en volgens Scholten zal het nog evenzovele miljoenen kosten om de rest van alle gegevens over het Nederlandse milieu beschikbaar te krijgen.

Leukemie

Ook andere takken van de wetenschap kunnen baat vinden bij Geografische Informatiesystemen. Zo werd op de conferentie met behulp van GIS uitgevoerd onderzoek gepresenteerd naar het voorkomen van leukemie onder Engelse kinderen. Medische gegevensbestanden waren daartoe ge-

koppeld aan het postcodeboek. Daarbij kwam natuurlijk de donkere vlek bij het plaatsje Sellafield naar voren, volgens de jongste theorieën ontstaan doordat de vaders aan straling in een kernfabriek zijn blootgesteld.

Op de kaart dook echter ook een vlek op rond een ander plaatsje, Gateshead, die zonder toepassing van GIS waarschijnlijk nooit aan het licht gekomen zou zijn. Naar de oorzaak van deze concentratie worden nu verdere naspeuringen gedaan.

Want dat blijft een belangrijke beperking van onderzoek met geografische informatiesystemen: hoe mooi de plaatjes ook zijn die op computerschermen tevoorschijn kunnen komen, oorzakelijke verbanden kunnen er niet mee worden aangetoond. ‘Ouderwetse’ statistische en andere onderzoekmethoden blijven daarvoor onontbeerlijk. GIS moet zijn nut bewijzen door, uit het oerwoud van het informatietijdperk, nieuwe verbanden op te sporen. Meer dan een eerste indruk levert dat niet op, of het zouden indicaties moeten zijn voor plekken op de landkaart waar aanvullend onderzoek nuttig kan zijn.

Related Posts