Menu Close

Bewijs voor hoog tempo uitsterving betwijfeld

De enorme soortenrijkdom van de aarde wordt bedreigd, nu het grootste reservoir – het tropisch regenwoud – wordt gekapt. Dat menen milieubeschermers over de hele wereld tenminste. Maar volgens sceptici ontbreekt het wetenschappelijke bewijs voor die stelling.

WIE AAN een bevriende bioloog vraagt iets te vertellen over het uiterlijk van de Braziliaanse boomkikker (Hyla faber), of de bloeiwijze van Taeniophyïlum glandulosutn, hoeft niet op lange verhalen te rekenen. Van alle bekende soorten organismen die de aarde bevolken, zal hij er met veel geluk hooguit een paar duizend kennen – een minieme fractie van de 1.400.000 soorten die anno 1991 door de wetenschap in kaart zijn gebracht. Daarbij horen circa 220.000 verschillende plantensoorten en 750.000 soorten insecten.

Maar zelfs dat enorme aantal verbleekt bij het werkelijke aantal soorten dat zich waarschijnlijk een plaats op de wereld heeft bevochten: de jongste schattingen spreken van 100 miljoen soorten, waaronder 30 miljoen insecten, en 1,5 miljoen verschillende schimmels.

Die schattingen zijn de laatste decennia regelmatig naar boven bijgesteld. Men werd daartoe gedwongen toen duidelijk werd welke fabelachtige soortenrijkdom de vochtige, tropische regenwouden van de Zuid-Amerikaanse Amazone, de Afrikaanse Kongo en Indonesië beheerst. Steekproeven toonden aan dat op één hectare regenwoud in Peru driehonderd soorten bomen konden worden geteld – de helft van het aantal in geheel Noord-Amerika. Eén zo’n boom werd bevolkt door gemiddeld drieënveertig verschillende soorten mieren – vergelijkbaar met de mierenstand van heel Groot-Brittannië.

Formule

Het is dus niet verwonderlijk dat het kappen van tropische regenwouden grote zorgen wekt bij mensen die de bijna niet te bevatten aardse soortenrijkdom in stand willen houden. Want al die soorten hebben een eigen plaats nodig om te kunnen overleven. Hoe kleiner het oppervlak van een eiland wordt, des te kleiner ook het aantal soorten dat zich erop kan handhaven. Die relatie kan zelfs redelijk betrouwbaar in een formule worden gevangen: n = k x A0,27 (het aantal soorten is evenredig met zowat de vierdemachtswortel van de oppervlakte). Dus als een gebied krimpt tot een tiende van de oorspronkelijke oppervlakte, halveert het aantal soorten dat er kan overleven.

Omdat het tropisch regenwoud de overgrote meerderheid van alle soorten herbergt, zien velen het kappen van woud als een ernstige bedreiging voor de genetische variatie op aarde. Volgens sommige schattingen omvat het totale gebied met tropisch regenwoud nu nog maar 55 procent van wat het ooit was. Ramingen van het tempo waarin het resterende deel verdwijnt spreken van 1,8 procent per jaar, en de voortgaande bevolkingsexplosie in ontwikkelingslanden voorspelt op dit punt weinig goeds.

De verdwijning van regenwouden zal, vrezen de ecologen, resulteren in het uitsterven van vele miljoenen soorten. Volgens berekeningen op basis van fossielvondsten voorziet de ‘normale’ evolutie in het uitsterven van één op de tien miljoen soorten per jaar. Uitgaande van de jongste schattingen zouden tegenwoordig dus jaarlijks hooguit tien soorten mogen verdwijnen. Maar in de Verenigde Staten bij voorbeeld staan zeshonderd soorten te boek als ‘bedreigd’, en gelden vierduizend andere als serieuze kandidaat. En dat is nog maar het topje van de ijsberg, want schimmels, bacteriën en kleine insecten komen niet gemakkelijk op die lijst terecht.

Sommige ecologen voorspellen dat al in het jaar 2000 een kwart van alle soorten op aarde uitgestorven zal zijn. Paul Ehrlich en Edward Wilson bij voorbeeld, van respectievelijk de Stanford- en Harvard-universiteit, schatten dat in regenwouden jaarlijks ten minste 0,2 tot 0,3 procent van alle soorten het loodje zal leggen, wat neerkomt op meer dan honderdduizend per jaar.

De ernst van die teruglopende soortenrijkdom zal niet iedereen op het eerste gezicht duidelijk zijn. Milieubeschermers zien de bezwaren echter levensgroot. Zij hebben om te beginnen ethische bezwaren tegen de allesverwoestende leefwijze van één soort, Homo sapiens. Bovendien zou de planeet veel van haar schoonheid verliezen. Maar ook zakelijker overwegingen spelen een rol: een kwart van alle voorgeschreven medicijnen bevat een door planten of micro-organismen gemaakte stof, of een imitatie daarvan. Een onmetelijk reservoir aan geneeskrachtige plantensoorten ligt nog op ontdekking te wachten. Onderzoeksgroepen over de hele wereld testen honderden tropische planten op hun gunstige werking bij kanker of aids. Andere soorten zouden, net als eerder rijst en mais, als belangrijke voedselbron ontdekt en veredeld kunnen worden. Niet onbelangrijk ten slotte is dat de ingewikkelde levensgemeenschappen waarvan al die soorten deel uitmaken, een nog onbegrepen rol bij het onderhouden van de atmosfeer, het klimaat en de bodem.

Reservaten

Verontruste wetenschappers pleiten dan ook voor straffe, wereldwijde maatregelen om nog te redden wat er te redden valt. Het deel van het landoppervlak dat de status van reservaat geniet – nu ongeveer vijf procent – zou flink moeten worden uitgebreid. Ook gebieden buiten reservaten zouden tegen kaalslag of verdere aantasting beschermd moeten worden. Met name in ontwikkelingslanden zou de ontginning van natuurlijke gebieden ten behoeve van de landbouw moeten worden gestaakt. Er zouden meer dierenparken, botanische tuinen en zaadbanken moeten worden opgezet, om desnoods kunstmatig het verlies van genetische diversiteit te voorkomen. In reeds door mensen gekoloniseerd gebied zou de variatie van de plantengroei versterkt moeten worden.

Niet alle wetenschappers zingen echter mee in het aanzwellende koor van doemdenkers. Sommigen beschuldigen hun donderprekende collega’s ervan zware offers te vragen van de arme bevolking in ontwikkelingslanden, terwijl het wetenschappelijk bewijs voor hun zwartgallige voorspellingen op zijn minst twijfelachtig genoemd kan worden.

Een prominente vertegenwoordiger van die dissidente stroming is de Amerikaanse econoom Julian Simon. Hij deed eerder van zich spreken door te stellen dat de aarde, dankzij de voortschrijdende techniek, zonodig een bijna oneindig groot aantal mensen kan huisvesten. Om te bewijzen dat grondstoffen niet uitgeput raken, zoals vrijwel iedereen denkt, liet hij tien jaar geleden een beroemde doemdenker vijf ‘oprakende’ grondstoffen uitkiezen. Hij durfde te wedden dat die grondstoffen een decennium later goedkoper zouden zijn, in plaats van duurder – en hij won. Nu laat hij geen gelegenheid onbenut om erop te wijzen dat de voorspellingen van een massale uitsterving oncontroleerbaar zijn, en gebaseerd op niet meer dan toevallige, anekdotische ‘bewijzen.

Critici als Simon leggen de vinger inderdaad op een aantal zere plekken. Ten eerste weet niemand eigenlijk hoeveel soorten er zijn. De beschikbare schattingen zijn gebaseerd op tamelijk willekeurige extrapolaties van kleine aantallen. Bovendien zijn de doemtheorieën niet te toetsen: stel dat nu twee procent van alle soorten bekend is, dan moet over vijftig jaar bewezen worden dat miljoenen soorten zijn verdwenen waarvan niemand het bestaan ook maar heeft vermoed – een onmogelijke opgave.

Eilanden

Ook het verband tussen oppervlakte en soortenrijkdom ontmoet kritiek: de gehanteerde formule is gebaseerd op afkalvende’ eilanden, en die te vergelijken met het kappen van regenwoud is niet terecht. Het aantal mogelijke levensgemeenschappen is veel belangrijker, vinden de critici. Zolang een levensgemeenschap zich in een krimpend woud kan handhaven, blijft het aantal uitstervende soorten beperkt.

Ook de veronderstelde snelheid waarmee regenwouden worden gekapt, ligt onder vuur: de gebruikte statistieken kloppen niet. In het Amazonegebied bij voorbeeld zou de ontginning van steppen en ‘droge’ wouden de cijfers voor de ‘natte’ wouden te hoog laten uitvallen. Het feitelijke tempo waarmee wordt gehakt ligt vijftig procent lager, bevestigde onlangs tegenover het Amerikaanse weekblad Science de directeur van de Braziliaanse afdeling van het Wereldnatuurfonds, Cleber Alho. Bovendien raakt de helft van de ontgonnen gebieden weer overwoekerd met bomen. Dat ‘secundaire’ bos is minder soortenrijk dan het oorspronkelijke woud, maar herbergt toch heel wat soorten.

Ook de feiten tonen volgens de dissidenten aan dat kappen niet per se tot massale uitsterving leidt. In Noord-Amerika resteert van wat ooit enorme wouden waren, niet meer dan verspreide areaaltjes – precies de donkere toekomst die voor het tropisch regenwoud wordt voorzien. Toch heeft zich daar voor zover bekend geen massale uitsterving voorgedaan. Een ander voorbeeld is het eiland Puerto Rico, waar het regenwoud rond 1900 volledig werd weggevaagd. Sindsdien werd het eiland heroverd door secundair bos, en nu kent het nauwelijks minder soorten dan honderd jaar geleden.

Niet populair

De twijfel-zaaiende wetenschappers hoeven niet op een enthousiast onthaal door hun collega’s te rekenen. Science haalt een – anonieme – milieuwetenschapper aan die erkent dat er eigenlijk te weinig wetenschappelijke gegevens beschikbaar zijn voor de grote offers die van de wereldbevolking worden gevraagd. “Maar mijn collega’s vermoorden me als ze horen dat ik dit zeg,” voegt hij eraan toe.

Ook wetenschapper Ariel Lugo, die al tien jaar onderzoek doet in de bossen van Puerto Rico, ontdekte dat zijn standpunt hem niet populair maakt. Na een lezing over de overdreven schattingen van de snelheid van de ontbossing werd hij naar eigen zeggen ‘bijna levend opgegeten.

Desondanks houden de dissidenten stug vol. Patrick Kangas, van de Universiteit van Maryland: “In plaats van ongefundeerde rampenscenario’s te voorspellen en onrealistische maatregelen te propageren, moeten milieubeschermers haalbare alternatieven bedenken die de schade zoveel mogelijk beperken,” vindt hij. En zoöloog Michael Mares van de Universiteit van Oklahoma lijkt een parallel te trekken tussen ecologische zwartkijkers en religieuze fanatici die met enige regelmaat het einde der tijden aankondigen: “Wanneer we blijven voorspellen dat zich morgen een ramp voltrekt, maar er gebeurt niets, zullen mensen ons niet meer geloven wanneer diezelfde ramp zich overmorgen wèl zal voltrekken.”

Related Posts