Van Busscher tot Bosker (17e –19e eeuw)
-
De basis voor onderstaande tekst is een artikel dat is gepubliceerd in Gens Nostra 61 (2006).
De tekst wordt regelmatig aangevuld, net als de bijbehorende naamgenealogie, en wijkt dus iets af van genoemd artikel.
1. Inleiding
Bij mijn onderzoek naar mijn voorouders van moederskant met de achternaam Bosker, stuitte
ik op een opvallend fenomeen. Als mijn voorouder Geert Hindriks Busscher op 4 april 1737 in
Zuidbroek (povincie Groningen) in het huwelijk treedt met Riemen Jans, gebruikt hij de familienaam
van zijn moeder, Menje Busscher. Dat hij die naam ook in het ‘dagelijks leven’ gebruikte,
bleek uit het feit dat hij in het doopregister van Zuidbroek bij de doop van al zijn – negen
– kinderen als vader steeds werd aangeduid als Geert Hindriks Busscher. Als genealoog had
ik steeds wat gemengde gevoelens over mijn hobby, omdat bepaalde vormen van genealogie
nogal vrouw-onvriendelijk zijn (dochters staan gelijk aan het ‘uitsterven’ van de afstammingslijn!).
Ik was door deze vondst dan ook aangenaam verrast. In dit artikel beschrijf ik hoe
de naam van de familie Busscher met name in de 17e en 18e eeuw, via vrouwen en mannen, is
doorgegeven.
Dit artikel begint in paragraaf 2 met een korte introductie over de familie [BUSSCHER] (1)in
Meeden. Daarna volgen enkele paragrafen over de achternaam [BUSSCHER] zelf. Paragraaf
3 beschrijft de betekenis, de verschillende vormen en de herkomst van deze naam. In paragraaf
4 heb ik bekeken hoe deze naam in de loop der tijd, dat wil zeggen tussen 1625 en 1811
(tot de invoering van de Burgerlijke Stand) werd gebruikt en doorgegeven. Een bijzonder
aspect daarbij is een verschijnsel dat ik de ‘slapende familienaam’ heb genoemd. Paragraaf
5 is gewijd aan het bovengenoemde feit dat de naam verscheidene keren via een – gehuwde
– moeder (of grootmoeder) is doorgegeven. In paragraaf 6 beschrijf ik kort enkele op het oog niet verwante families
[BUSSCHER] in de provincie Groningen. In paragraaf 7 volgt dan het
overzicht (naamgenealogie) van de familie Busscher.
2. De familie Busscher in Meeden (provincie Groningen)
De vroegste tot op heden gevonden vermelding van de naam [BUSSCHER] betreft het huwelijkscontract (2)
dat op 17 mei 1625 in Zuidbroek is opgemaakt bij het huwelijk tussen Gerdt Jans
Bosschert en Lijsbeth Gerdts. Dit echtpaar krijgt tenminste vier kinderen, drie zoons: Jan, Geert
en Meindert, en een dochter Lubbegijn. Waarschijnlijk woont het gezin in Meeden. Omdat
het doopregister van Meeden in 1667 begint, zijn de doopdata van de kinderen niet bekend.
Alle drie de zoons trouwen en krijgen zelf ook kinderen.
De familie [BUSSCHER] bezit een familiewapen. Dit
wapen is bekend van enkele grafzerken in Meeden. Het toont een boom met daartegen klimmend twee
naar elkaar toegewende herten. Deze zerken zijn in 1977 beschreven in het boek van Pathuis ‘Groninger
Gedenkwaardigheden’ (3). Zij geven, naast de overlijdensdatum en de leeftijd, vaak ook extra informatie
over de overleden personen. Zo vermeldt de grafzerk in Meeden van Jan Geerdt Bosscher (IIa) dat hij ouderling
en brouwer was. Op de grafzerk van zijn zoon Meerten Busker (IIIa) is vermeld dat hij kerkvoogd
was.(4) Overigens zijn enkele van de in dit boek beschreven grafzerken inmiddels
verdwenen (5), maar andere
liggen, zij het in min of meer gehavende staat, nog steeds op de begraafplaats van de oude kerk in Meeden.
De familie is in de 17e eeuw tamelijk welgesteld. Zij bezitten land en vaak verschillende huizen.
Jan Geerts Bosscher (IIa) is brouwer, ongetwijfeld een winstgevend beroep in een tijd waarin bier de normale
volksdrank was. Andere familieleden zijn landbouwer, zijlvest of schoolmeester en organist. Getuige
verschillende ‘verzegelingen’ in het rechterlijk archief van Meeden en Zuidbroek en omstreken sluiten zij
transacties af over grond en huizen, en lenen sommigen regelmatig geld uit – uiteraard tegen rente – en verkopen zij
‘materialen als hout, steen, kalck ende ijserwerk’. (6) Ook bekleden
zij vooraanstaande functies in de kerk, zoals ouderling, diaken en kerkvoogd. Meerten Busscher (IIIa) is onderwijzer (bij de
doop van een van zijn kinderen in 1696 wordt hij Meester Busker
genoemd). Ook zijn neef Geert (Meinderts) Busscher (IIIe) is vanaf circa 1703 schoolmeester
en organist. Daarnaast is deze Geert lange tijd (ruim 40 jaar) een soort gemeentesecretaris
in Winschoten. In deze functie tekent hij vele akten, niet alleen in Winschoten, maar ook in
plaatsen als Scheemda en Oude Pekela. De dochters in de familie Busscher trouwden – vooral
aan het eind van de 17e eeuw – nogal eens met brouwers, advocaten, schoolmeesters, collectors,
of met echtgenoten uit families waarin dergelijke beroepen voorkwamen.
De familie Busscher heeft een uitgebreid nageslacht. Sommige takken bleven, zeker qua
ontwikkeling, ook in de 18e eeuw steeds een vooraanstaande plaats in de maatschappij innemen.
Zo komen in het nageslacht van Meindert Busscher (IIc) bijvoorbeeld enkele predikanten,
schoolmeesters en later een apotheker en een arts voor. In deze tak voerde iedereen
consequent de naam Busscher (zie paragraaf 4). Andere takken gaat het duidelijk minder voor
de wind: sommige daarvan zijn analfabeet of hebben een onontwikkeld handschrift, en in de
huwelijkscontracten zijn in deze periode slechts weinig ‘klinkende’ namen of beroepen meer
te vinden.
De hele familie blijft tot het begin van de 19e eeuw op een enkele uitzondering na in Oost-
Groningen wonen. Alleen de in Winschoten geboren predikant Meinhardus Busscher (IVj) woont
enige jaren in Norg in Drenthe, maar hij keert later terug naar de provincie Groningen, waar
hij nog ruim tien jaar predikant is in Finsterwolde. Ook de nakomelingen van Tjapke Geerts
(IVb) komen al in de eerste helft van de 18e eeuw in de stad Groningen terecht. Alleen twee
zoons van Albert Busscher (VIq), respectievelijk predikant en arts, verlaten de provincie Groningen
en vertrekken halverwege de 19e eeuw naar Friesland, en van daar verder het land in.
3. Betekenis, varianten en herkomst van de familienaam Busscher
De eerste vraag bij mijn onderzoek naar de familienaam Bosker was die naar de herkomst
en de betekenis ervan. Waar komt de naam vandaan en wat zegt hij over de vroegst bekende
gebruikers ervan? In naamkundige publicaties wordt een aantal typen familienamen onderscheiden.
(7) Bij een naam met de uitgang ‘ker’ of ‘er’ zijn er verschillende mogelijkheden. Het
kan bijvoorbeeld gaan om een zogenoemde herkomstnaam: iemand die afkomstig is – in dit geval
– uit het ‘bus’ of ‘busch’, oftewel het bos. Wellicht woonden de vroegste dragers van deze
naam op of bij een bebost stuk grond. Ebeling noemt het achtervoegsel ‘ker’ een ‘regionale
variant daarvan. Een andere mogelijke betekenis van de uitgang ‘ker’ of ‘er’ is dat het gaat om
een beroepsnaam. In dat geval zouden de vroegste voorouders dus een soort houthakkers geweest
kunnen zijn of zich anderszins met bos of hout hebben beziggehouden. Daarnaast is de
familienaam ook vaak ontleend aan de boerderij waar de familie woont. Voor dit laatste heb ik
bij mijn onderzoek naar deze familie Busscher geen aanwijzingen gevonden.
De naam [BUSSCHER] kwam (en komt) in verschillende spellingsvarianten voor. Vaak vermeldt
in hetzelfde contract twee of meer varianten voor één en dezelfde persoon, en zeker
voor leden van dezelfde familie. Bij de vroegste generaties – in Meeden en Zuidbroek – werd
de naam geschreven als Busger, Busschert, Busschers, Busscherts en zelfs Busscherdts, steeds
met een ‘u’ dus. De varianten met een ‘o’ kwamen in het algemeen pas later. Twee uitzonderingen
hierop vormen de naam Bosschert in het huwelijkscontract van Gerdt Jans Bosschert
(I) in 1625 (overigens alleen door de schrijver van dit contract; Gerdt Jans zelf schrijft Busschert)
en bij zijn oudste zoon Jan Gerdt Bosscher (IIa) (zowel zijn eigen handtekening onder
zijn huwelijkscontract in 1655 als zijn naam op zijn grafzerk zijn gespeld met een ‘o’). De
vroegste vermelding van de naam Bosker vond ik in de handtekening van mijn eigen voorouder
Geert Hindriks Busscher (IVc) onder zijn huwelijkscontract in Zuidbroek (4 april 1737), maar
zijn naam werd ook vaak als Busscher geschreven. In latere generaties komt de naam Bosker in
bepaalde takken veelvuldig en consequent voor. Tegenwoordig komen nog steeds tenminste
vier varianten van de naam [BUSSCHER]: Busscher, Busker, Bosker en Bosscher voor.
Op de vraag naar de herkomst van de familie [BUSSCHER] heb ik geen antwoord gevonden.
Over Gerdt Jans Bosschert, de eerste generatie, is niets anders bekend dan dat hij in 1625 met
een meisje in Meeden trouwde. In het betreffende huwelijkscontract wordt met geen woord
gerept over zijn ouders of woon- of geboorteplaats. Ook wordt niet vermeld wat de relatie is
tussen de bruidegom en de beide voor hem optredende ‘dedigslieden’ (getuigen). Mogelijk is
Gerdt Jans Bosschert uit Duitsland afkomstig. De namen Bosscher en Busscher komen ook in
Duitsland voor. (8) In de periode 1750-1811 trouwen in de provincie Groningen verschillende uit
Duitsland afkomstige personen met een van deze beide familienamen. Dit is echter ruim 100
jaar na het huwelijkscontract van Gerdt Jans Bosschert. Uit Duitsland afkomstige dragers van
deze naam in het begin van de 17e eeuw zijn mij niet bekend.
4. Gebruik en voorkomen van de naam Busscher/Bosscher/Busker/Bosker in Groningen in de 17e en
18e eeuw; de ‘slapende familienaam’
In de DTB-registers in de provincie Groningen komen in de 17e en 18e eeuw, tot de invoering
van de Burgerlijke Stand, heel weinig familienamen voor. Verreweg de meeste personen worden
aangeduid met voornaam en patroniem. Dit is een algemeen verschijnsel in het oosten en
noorden van Nederland. De familie Busscher in Meeden vormt wat dit betreft met name in de
17e eeuw en – in mindere mate – het begin van de 18e eeuw een duidelijke uitzondering. Zowel
in de huwelijkscontracten (2) als (later) ook in de huwelijksregisters (die voor de hele provincie
Groningen zijn geklapperd) is bij de meeste leden van de familie (een variant van) de naam
Busscher vermeld. Zo komen vóór 1750 in de hele provincie Groningen in de vroegste klappers
op de kerkelijke huwelijksregisters, en ook in die op de huwelijkscontracten, elk in totaal
zeventien personen met de naam [BUSSCHER] voor, allemaal leden van de familie Busscher
in Meeden.
Tussen 1750 en 1811 komen in de Groninger kerkelijke huwelijksregisters in totaal 33 personen
voor met de naam [BUSSCHER]. In minder dan de helft (14) daarvan gaat het om de naam
Busscher, de anderen heten (schrijven) Bosscher, Bosker of Busker. In de huwelijkscontracten
komt in deze periode de naam [BUSSCHER] bij slechts 21 personen voor, in verschillende
vormen. Ook bij deze huwelijkscontracten betreft het, in tegenstelling tot de periode vóór
1750, lang niet altijd leden of afstammelingen van de familie Busscher in Meeden. Het lijkt of
de familie weinig nakomelingen heeft of zelfs dreigt uit te sterven. Zoals uit het familieoverzicht
(zie paragraaf 7) blijkt, is dat echter bepaald niet het geval: het nageslacht is talrijk, veel
talrijker dan op grond van de vermeldingen van deze naam in de registers te verwachten zou
zijn! Hoe zit dat?
Waarschijnlijk heeft dit te maken met de maatschappelijke en kerkelijke positie in de verschillende
periodes. Zoals gezegd had de familie aanvankelijk een vooraanstaande positie en
was zij tamelijk welgesteld. Dat geldt niet voor latere generaties. Het lijkt aannemelijk dat
‘eenvoudige’ lieden in het dagelijkse leven aan een patroniem voldoende hadden en dat een
familienaam alleen ‘nodig’, of althans gebruikelijk was voor mensen die hoger op de sociale
ladder stonden. Misschien is het gebruik van een officiële familienaam door personen met een
bescheiden sociale positie zelfs wel als ongepast beschouwd. Hoe dan ook, hoewel een aantal
takken consequent de familienaam [BUSSCHER] blijft gebruiken, doen anderen dat steeds
minder of – meestal – helemaal niet meer. Tussen circa 1720 en 1811 gebruiken maar weinig
nakomelingen een familienaam, althans niet consequent. Daarmee sluit men aan bij de algemene
tendens in deze periode: vrijwel alleen patroniemen.
Enkele takken blijven wel steeds de naam Busscher gebruiken, zoals de nakomelingen van
Geert Meinderts Busscher (IIIe, schoolmeester en organist) en zijn zoon Meinhardus Busscher
(IVj, predikant). Deze tak van de familie blijft dan ook steeds vrij invloedrijk. Overigens
kiest deze familie ook vaak fraaie voornamen voor hun kinderen: als Geert zijn ouders vernoemt,
wordt Meindert Meynard en Lukje wordt Lucretia, en als Geert later wordt vernoemd,
wordt dat Geerhard (Vm). Maar ook de voorouders van de auteur bleven consequent hun
familienaam gebruiken – zij het dat die naam in de loop van de tijd veranderde van Busscher
via Bosscher in Bosker. Deze tak van de familie bestond uit landbouwers, maar wel tamelijk
welgestelde, zoals bijvoorbeeld blijkt uit de boedelinventarissen die na de dood van Geert
Hindriks Busscher en zijn dochters Menje en Stijntje van hun bezittingen zijn opgemaakt. (9)
Tussen 1811 en 1842 trouwen in de provincie Groningen 149 personen met een vorm van de
familienaam [BUSSCHER] (namelijk 5 keer Busker, 29 keer Busscher, 41 keer Bosker en 74 keer
Bosscher). In een beperkt aantal gevallen betreft het personen die ook in de 18e eeuw deze familienaam
gebruikten (al dan niet nazaten van de familie Busscher in Meeden). Zoals uit het
voorgaande blijkt, is dat in verreweg de meeste gevallen echter niet zo: zij nemen die naam
pas officieel in 1811 aan. Overigens stamt een groot deel (meer de helft) van deze 149 personen
wel rechtstreeks af van de familie Busscher in Meeden.
Veel van deze afstammelingen hebben één of twee generaties lang geen familiernaam
gevoerd. Ik heb dit verschijnsel de ‘slapende familienaam’ genoemd: de familienaam leefde
kennelijk wel voort, maar is in de registers in onbruik geraakt. Zonder de huwelijkscontracten
zou het aantonen van veel familierelaties dan ook heel moeilijk, zo niet onmogelijk zijn
geweest. Omdat niet iedereen een huwelijkscontract liet opmaken, is het ook waarschijnlijk
dat er nog afstammingslijnen over het hoofd zijn gezien.
Een duidelijk voorbeeld van een afstammingslijn met een ‘slapend’ bestaan van de familienaam
is die van Trijntje Hindriks (IVe) en haar zoon Deddo Harms (Vf ). Bij geen van beiden komt
de naam [BUSSCHER] voor. Deddo’s zoon Harm Deddes (VIh) overlijdt echter in 1812 als Harm
Deddes Bosker, zijn kinderen, allen vóór 1811 (en ‘zonder familienaam’) geboren, heten bij hun
trouwen allemaal Bosscher. De familienaam heeft hier dus twee generaties lang een slapend
bestaan geleid. Uit dit voorbeeld blijkt nog een ander aspect van de geschiedenis van deze familienaam:
die werd namelijk niet alleen via de vader, maar ook via de moeder overgedragen.
Hierop gaat de volgende paragraaf verder in. (10)
5. De rol van de vrouwelijke lijn bij de overdracht van de familienaam [BUSSCHER]
In het algemeen kreeg – en krijgt – een kind de familienaam van de vader. Soms krijgt het
kind echter zoals gezegd de familienaam van de moeder, bijvoorbeeld als het gezin de boerderij
van de ouders van de moeder overnam, of als de moeder uit een invloedrijker familie
stamde dan de vader. Ook het simpele feit dat de moeder een familienaam had en de vader
niet, is soms een reden geweest om het kind de familienaam van de moeder te geven, of – voor
een kind – om later de familienaam van de (groot)moeder te gaan gebruiken.(11)
Hoe vaak komt het in deze familie nu voor dat de familienaam [BUSSCHER] is doorgegeven
via de vrouwelijke lijn? In de zes generaties van het onderstaande familieoverzicht (zie paragraaf
7) heb ik minstens dertien voorbeelden gevonden. Hierbij gaat het dus om gehuwde
vrouwen, niet om ongehuwde moeders. Was dat niet gebeurd, dan zouden er nu aanzienlijk
minder mensen met de familienaam Bosker, Bosscher, Busscher en Busker rondlopen dan nu
het geval is. Sterker nog, slechts één tak van de familie [BUSSCHER] stamt rechtstreeks en uitsluitend
via de mannelijke lijn af van Gerdt Jans Bosschert, namelijk de afstammelingen van
Geert Geerts Busscher (IIIb), die tot op de dag van vandaag Busscher heten.
In één geval is de naam [BUSSCHER] zelfs doorgegeven aan de kinderen van de weduwe
van een telg uit een ander geslacht. Het gaat om de twee kinderen uit het huwelijk van Geesje
Harms, weduwe van Jan Nantkes Busscher (Va), met Remko Nannes, die de naam Bosker gebruiken,
namelijk Nanne en Derk Remkes Bosker. Omdat zij dus niet verwant zijn aan de familie
Busscher, maar hun familienaam ‘kregen’ via de eerste man van hun moeder en die vervolgens
zelf ook doorgaven, zijn zij in de bijlage bij deze genealogie vermeld. Bij mijn onderzoek
ben ik tenminste één geval tegengekomen waarin een genealoog deze mogelijkheid van het
overnemen door de kinderen van de familienaam van de moeder over het hoofd lijkt te hebben
gezien. In dat geval is ‘met terugwerkende kracht’ de vader van een drager van de naam
Bosscher ook de naam Bosscher toegedicht, terwijl die naam toch aantoonbaar afkomstig is
van de moeder (zie ook noot 64 bij Harm Deddes Bosker, VIh).
Ter illustratie van het doorgeven van de familienaam [BUSSCHER] via de vrouwelijke lijn,
beschrijf ik hieronder een achttal vrouwen in de genealogie bij wie dit aantoonbaar het geval
is. Het gaat hierbij soms om moeders die de familienaam zelf ook gebruikten, meestal echter
om gevallen van een ‘slapende familienaam’: moeder voert zelf geen familienaam, maar bij
haar kinderen of kleinkinderen duikt de naam [BUSSCHER] weer op.
A. Menje Geerts Busscher (IIIc)
Menje Geerts is de dochter van Geert Geerts Busscher en Ickien Syntkes . Zij trouwt in 1696
met Hendrik Wichers. Bij haar huwelijk in 1696 tekent zij als Menje Geerts. Zeven jaar eerder,
bij het huwelijk van haar zus Sijwertien in 1689, tekent zij als Menje Busscherdts. Zeven
jaar na haar eigen huwelijk, bij het huwelijk van haar zus Jantje in 1703, schrijft de schrijver
van het huwelijkscontract Menje Busschers, maar tekent zijzelf als Menje Hindercks (kennelijk
gebruikt zij dan haar man’s naam). Het doopregister van Zuidbroek, dat in 1702
begint, vermeldt vier keer een kind van Hindrik Wichers en ‘Menje Busscher’. Van haar acht
kinderen zijn tenminste vijf – de oudste vier en de jongste – getrouwd. Alle vijf hebben zij
nageslacht. Het gaat om vier zoons (Geert, Fokko, Nanno en Jan) en een dochter Trijntje. De
oudste zoon, Geert Hindriks Busscher (IVc), is een voorvader van de auteur. Zijn nakomelingen gebruiken nog
steeds de naam Bosker. De zoon van Fokko (IVd) en zijn nakomelingen voeren na 1811 de namen
Bosker, Bosscher en in één geval ook Busker. Voor dochter Trijntje (IVe): zie hieronder.
De – enige – zoon van Nanno Hindriks geeft de naam [BUSSCHER] niet door.
B. Trijntje Hindriks (IVe)
Trijntje is een dochter van de hierboven genoemde Menje Busscher en Hindrik Wichers.
Zij trouwt in 1724 met Harm Deddes en krijgt met hem tenminste vijf kinderen. Noch in
haar huwelijkscontract, noch in het huwelijksregister wordt bij haar de naam Busscher of
een variant daarvan vermeld. Dat geldt ook voor de drie huwelijken van haar zoon Deddo
Harms (Vf ). Haar kleinzoon Harm Deddes overlijdt in 1812 in Zuidbroek echter als Harm
Deddes Bosker; zijn zoon, burgemeester van Veendam, heet Bosscher. Hoewel de naam
[BUSSCHER] dus gedurende twee generaties niet in de registers voorkomt, geeft Trijntje
Hindriks de naam kennelijk wel door.
C. Grietje Meinderts Busscher (IIId)
Grietje is de dochter van Meindert Busscher (IIc) en Lucke Jans. Zij wordt in akten in het
rechterlijk archief (onder meer: schuldbekentenissen en koopaktes) vaak Busschers genoemd,
in het doopregister, bij de doop van haar kinderen, echter steeds Grietje Meinders.
Drie van haar vijf kinderen geven de familienaam Busscher door, zoon Meindert en twee
dochters, namelijk Hillegien en Lukje Alberts (zie hier onder).
D. Hillegien Alberts (IVg)
Hillegien (ook wel Hille genoemd) Alberts is de oudste dochter van Grietje Meinders (Busscher)
en Albert Derks. Zij trouwt met Berend Jans en krijgt tenminste twee zoons, wier nakomelingen
de naam Busscher voeren (één van hen krijgt als doopnaam ‘Geert Busschert’).
Zelf gebruikt Hille geen achternaam. Van haar kleinkinderen en hun nageslacht voeren de
(meeste) nakomelingen van zoon Jan (Vh) de naam Busscher, Geert Busschert (Vi) en zijn
kinderen heten Bosker.
E. Lukje Alberts (IVi)
Lukje Alberts, een andere dochter van Grietje Meinders (Busscher) en Albert Derks, trouwt
met Herman (Harm) Jans (Horst). Deze Harm wordt later ook wel Harm Sprik genoemd.
Lukje krijgt tenminste zeven kinderen, van wie er tenminste vier trouwen en nageslacht
krijgen. Lukjes zoon Albert Harms gebruikt zijn vaders achternaam Sprik. Zoon
Meindert Harms (V-l) voert zelf geen familienaam, maar geeft wel de familienaam [BUSSCHER]
door. Hij krijgt vrijwel uitsluitend (negen) dochters, van wie er twee (Hillechijn en
Grietje) de naam Busscher voeren, maar van wie de nakomelingen de naam van hun vader
krijgen. Enkele nakomelingen van Meinderts oudste dochter Lukje Meinderts (VIp) gebruiken
de naam Bosker. Meinderts jongste dochter Trijntje Meinderts trouwt met haar (verre)
achterneef Geert Jans Busscher (VIj). Na dit huwelijk gebruikt die de naam Busscher bij de
doop van zijn kinderen (in zijn eerste huwelijk deed hij dat niet). De familienaam wordt
dan alleen vermeld bij hem, niet bij Trijntje.
F. Tetje Busscher (IVa)
Tetje Busscher is de dochter van Meerten Busscher (IIIa) en Jacobijn Tiddes. Haar oudste
(en enige) zoon uit haar eerste huwelijk (met Bronger Jemmes) krijgt bij de doop de naam
‘Meerten Brongers Bussger’. Na het overlijden van haar eerste man trouwt Tetje met Nanneco
Udes. Van de dertien kinderen die zij samen krijgen, heb ik van vier een huwelijk en
kinderen gevonden. Bij zoon Jan Nantkes Busscher (Va) wordt de naam [BUSSCHER] heel regelmatig, en in
allerlei varianten, gebruikt. Jans nakomelingen heten tot op heden Bosscher (zie noot 34 bij Nantko
Jans Bosscher (VIb)). De nakomelingen van Jan Nantkes’ weduwe Geeske Harms en haar
tweede man heten Bosker (zie bijlage).
G. Menje Geerts (Vd)
Menje Geerts is de dochter van Geert Hindriks Busscher (IVc) en Riemen Jans. Zij krijgt met
haar man Mello Fiebes tenminste acht kinderen (en minstens 30 kleinkinderen). Menje gebruikt
de naam [BUSSCHER] zelf niet, haar zoon Geert (VIf ) en al zijn kinderen krijgen na
1811 de naam Bosscher.
H. Eltje Jans (Vg)
Eltje is de dochter van Jan Hindriks (IVf ), die soms - maar meestal niet – de familienaam
[BUSSCHER] gebruikt, en Ikje Arends. Zij wordt vrijwel nooit met haar familienaam aangeduid.
Haar kinderen gebruiken echter de naam Bosker en Bosscher.
Samenvattend kan worden geconcludeerd dat de familienaam [BUSSCHER] vaak via vrouwen
is doorgegeven. Het lijkt erop dat dit aanvankelijk (17e eeuw) te maken had met de positie
van de familie [BUSSCHER]. Later (18e eeuw) hangt het waarschijnlijk meer samen met het
feit dat in de familie van de vrouw wel, en in die van de man geen familienaam voorkwam. Al
met al dragen hierdoor veel meer afstammelingen van Gerdt Jans Bosschert één van deze namen
dan het geval zou zijn geweest als die alleen via de mannelijke lijn was overgedragen. Het is
belangrijk om bij genealogisch onderzoek in Noord en Oost-Nederland alert te zijn op deze
mogelijkheid.
Het is interessant om vanuit dit perspectief eens te kijken naar begrippen als stamreeks en genealogie. Als we bij
genealogisch onderzoek vooral geïnteresseerd zijn in de herkomst van de
familienaam, volgen we de rechte, mannelijke lijn en vormen op die manier een zogenoemde
stamreeks.( 12) Op die manier komen we dan uit bij de stamvader, die dus in het algemeen dezelfde
familienaam draagt. In het geval van mijn eigen familie, de familie Bosker die afstamt
van Wubbe Jans Bosscher (VIe), spreekt dat echter niet zo vanzelf. De overgrootouders via de
mannelijke lijn van Wubbe Jans Bosscher zijn Hindrik Wichers en Menje Busscher. In een
gebruikelijke stamreeks zou de daaraan voorafgaande generatie bestaan uit de ouders van
Hindrik Wichers. Volg ik echter de familienaam, dan kom ik bij de ouders van Menje, en dus
bij de familie Busscher in Meeden terecht. Hetzelfde verschijnsel doet zich in omgekeerde
richting voor bij de genealogie: om alle verwante naamgenoten te zoeken, begint men bij de
vroegste voorvader (de stamvader, gevonden via de stamreeks) en volgt de gezinnen van
alle zoons (namelijk dragers van dezelfde familienaam). Om echter verwante naamgenoten
te vinden, moet ik ook de dochters volgen. Als ik dat niet doe, mis ik een groot deel van het
nageslacht dat de naam [BUSSCHER] voert. In mijn overzicht van de familie [BUSSCHER] dat
volgt (zie paragraaf 7) zijn alle nakomelingen van Gerdt Jans Busscher en Lijsbert Gerdts opgenomen
voorzover zij deze familienaam (zij het in verschillende spellingsvarianten) dragen
en/of doorgeven.
6. Andere families met de familienaam Busscher/Bosscher/Bosker in de provincie Groningen
Tot slot van dit artikel nog enkele opmerkingen over andere Groningse families met de familienaam
Busscher, Bosker en Bosscher (de naam Busker komt slechts sporadisch voor). Hoewel
vrijwel alle in de huwelijksklappers van de periode vóór 1750 voorkomende personen met de
naam Busscher en varianten in mijn overzicht van de familie Busscher in Meeden te plaatsen
zijn, is het toch allerminst zo dat alle latere dragers van de naam [BUSSCHER] in de provincie
Groningen van deze familie afstammen. Met andere woorden, er zijn ook andere ‘stammen’
[BUSSCHER]. Deze families zijn – althans in de betreffende registers – deze familienaam pas
na 1750 gaan voeren.
A. Familie Busscher in Nieuw-Beerta
Een vrij uitgebreide familie die voor zover valt na te gaan niet verwant is aan de Meedense
familie, is de familie Busscher in Nieuw-Beerta. De vroegste mij bekende voorouders van
deze familie zijn Jan Bartels en Gijssel Jans. Jan Bartels is volgens het huwelijkscontract, opgemaakt
in 1699 in Nieuw-Beerta, afkomstig uit Grote Meer in Oldenburgerland, uit Duitsland
dus. Gijssel komt uit Meeden. Hun zoon Eildert Jans, gedoopt in Nieuw-Beerta in 1709
en aldaar in 1732 getrouwd met Riewen Aaldriks uit Muntendam, gebruikt (af en toe) de
achternaam Prins, maar Eilderts zoon Geert Eilders, gedoopt Nieuw-Beerta 1738 als Geert Bosch,
gebruikt met name na zijn huwelijk (1764) de achternaam Busscher (ook Bosch of Bosker),
evenals al zijn nakomelingen.
De eerste keer dat in deze familie een vorm van de naam [BUSSCHER] te vinden is, is in
1758, als Geert Eilders het huwelijkscontract van zijn zus Gijsel Eilderts, te Nieuw Beerta
16 april 1758, ondertekent als Geert Eilders Bosker. Geerts nakomelingen, en ook die van zijn
broer Aaldrik Eilders, gebruiken de naam Busscher.
Evenals de familie Busscher in Meeden is ook deze familie Busscher tamelijk welgesteld
en ontwikkeld. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de huwelijkscontracten (handschriften, aantal
aanwezige dedigslieden). Ook verschillende huwelijken met telgen uit een dominees- en
schoolmeestergeslacht en later met ‘grote’ boeren uit de omgeving, wijzen daarop.
Er zijn enkele raakpunten van deze familie Busscher met Meeden en Muntendam en met
nakomelingen van de familie Busscher in Meeden. Zo is zoals gezegd Gijssel Jans afkomstig
uit Meeden. Gijssel wordt op 11 maart 1677 in Meeden gedoopt als dochter van Jan Berents
en Jantje. Toch lijkt er geen directe relatie met de familie Busscher te zijn.
Verder heeft de familie Busscher in Nieuw-Beerta wellicht contact met Geert (ook wel Gerardus genoemd)
Busscher (IIIe). Deze Geert is ruim 40 jaar lang organist en schoolmeester (van circa 1706
tot 1754) en ondertekent vele contracten en andere verzegelingen. Hij is ongetwijfeld een
invloedrijk persoon in Winschoten en (wijde) omgeving. Het is goed mogelijk dat Eildert
Jans deze Geert Busscher heeft gekend. Geert Bosch is geboren in 1738, dus tijdens Geert
Busschers actieve leven. Toch lijkt het niet waarschijnlijk dat Geert om die reden de naam
Busscher heeft aangenomen. Al met al moet voorlopig de conclusie toch zijn dat de beide
families Busscher niet verwant zijn.
B. Familie Bosscher in Onstwedde
Er woont een familie Bosscher in Onstwedde. Rond 1720 bouwt Albert Harms Althing, die
circa 1710 trouwt met Trijntje Jans, een boerderij die hij ‘in ‘t Busschers’ noemt. Vanaf dat
moment draagt de familie de naam Busscher of Bosker/Boskers. Ook bij deze familie is geen
relatie met de familie Busscher in Meeden te vinden.( 13)
C. Familie Bosker uit Woldendorp en Termunten
Een uitgebreide familie Bosker is afkomstig uit Termunten, met als oudst bekende voorouders
Focke Derks en Idje Arends, gehuwd in 1669 in Woldendorp. Ook hier is sprake van een
boerderij met de naam in’t Busch. De – vele – nakomelingen van één van hun kinderen, Edze
Fockes, gebruiken later de naam Bosker en Bosscher. Hier lijkt geen relatie te zijn met
de familie in Meeden( 14).
D. Nog een familie Bosscher uit Zuidbroek en Meeden
Een familie Bosscher stamt af van Geert Derks, geboren in Zuidbroek (zijn ouders komen
uit Meeden) en zijn vrouw (tr. 29-4-1786) Aaltje Jans uit Meeden. De nakomelingen van dit
echtpaar voeren na 1811 de familienaam Bosscher. Onderzoek naar hun afkomst (drie generaties
‘diep’: Derk Geerts, van Eexta, trouwt Meeden 1683 Hilje Jans, van Meeden, en Nanno
Wibbes, van Djuurkenakker, trouwt 1696 Hille Jans, van Veendam; zoon Geert Derks van
het eerstgenoemde echtpaar trouwt 1723 dochter Bonje Nannes uit het laatsgenoemde huwelijk)
heeft tot nu toe nog geen verwantschap met de familie Busscher in Meeden aan het
licht gebracht. Overigens is er wel sprake van een relatie tussen beiden: Bonjes zus Tjaakje
Nannes trouwt met Nanno Hindriks (IIIc-4). Ook de naam Nanno – en de vernoeming daarvan
– in beide familes lijkt te wijzen op een familierelatie. Ik heb die echter tot nu toe niet kunnen
vinden.
E. Nog een familie Bosker in Tjamsweer
Tot slot zijn er nog enkele personen die rond 1811 (of eerder) om de een of andere reden de
naam Bosscher hebben gekozen. Eén daarvan is Jakob Hindriks, geboren in Schildwolde, gehuwd
met Hillechien Freerks en vanaf 1784 (of wellicht eerder) woonachtig in Tjamsweer.
Deze Jacob Hindriks noemt zich omstreeks 1800 Bosker. Ook zijn beide kinderen gebruiken
naam Bosker. Jakob Hindriks koopt in 1784 een boerderij in Oling, bij Tjamsweer, die twee
generaties lang (van 1732 tot 1779) bewoond is geweest door leden van de familie Bosscher
(achtereenvolgens Fokko Hindriks (IVd) en Hindrik Fokkes Bosscher (Ve). Van 1779 tot 1784
woont er een nicht van Hindrik Fokkes, Menje Jans Bosker (IVf-2), getrouwd met Jelmer
Steenhuis. Jakob Hindriks neemt hoogstwaarschijnlijk de naam Bosscher aan omdat die met de
boerderij verbonden is.
F. Er zijn meer families die na 1811 in oostelijk Groningen – zij het iets noordelijker dan het
Oldambt – de naam Bosscher/Bosker aannamen. Het is mogelijk dat (sommige van) deze
families bij nader inzien toch nakomelingen zijn van de familie Busscher in Meeden. Zo
nemen bijvoorbeeld de nakomelingen van Pieter Berends en Anje Jacobs (huwelijk Siddeburen
1787, kinderen in Farmsum), die van Freerk Cornellis en Maike Luitjens (huwelijk
Loppersum 1788) en ook van Jakob Arents en Trijntje Hindriks (huwelijk Stedum 1746, kinderen
in Loppersum) allemaal de naam Bosker of Bosscher aan. Een relatie heb ik (nog) niet
kunnen vinden, noch via de mannelijke noch via de vrouwelijke lijn.
7. Afstammingsverzicht van de familie Busscher in Meeden
Vanwege de boven beschreven bijzondere aandachtspunten zijn in het nu volgende overzicht
alle afstammelingen gevolgd, in zowel mannelijke als vrouwelijke lijn, die de naam Busscher,
Bosscher, Bosker of Busker aan hun kinderen hebben doorgegeven. Ik heb dit afstammingsoverzicht een naamgenealogie
genoemd. Waar mij uit nader onderzoek is gebleken dat nakomelingen van deze familie - bijvoorbeeld bij hun huwelijk -
een andere familienaam gaan gebruiken, stopt de betreffende lijn. De staaksgewijze presentatie
geeft zes generaties en stopt ruwweg kort na 1811. Daarna liggen immers zowel de verschillende
naamsvarianten als de overdracht (namelijk via de vader) min of meer vast (zij het dat
regelmatig personen met verschillende varianten in de registers vermeld zijn). Het overzicht
van mijn eigen familie heb ik uiteraard wel verder uitgezocht. (54)
In het afstammingsoverzicht is in veel gevallen achter de naam van de betreffende persoon tussen haakjes vermeld op
welke manier zij in het betreffende register vermeld zijn: met of zonder familienaam, en de
betreffende variant.
Om praktische redenen - de lijst met noten zou immers wel heel erg lang worden - heb ik bij deze contracten hier niet
de gebruikelijke toegangs- en inventarisnummers vermeld. Wel is steeds vermeld in welke plaats - en dus in welk
rechterlijk archief in de Groninger Archieven - de betreffende aktes te vinden zijn. In combinatie met de datum is
deze akte dan eenvoudig op te zoeken. Van een enkel huwelijkscontract is een deel van de tekst in een voetnoot opgenomen.
De archiefnummers van de ‘gewone’ doop-, trouw- en begraafregisters zijn niet vermeld.
Dank en verantwoording.
Verschillende mede-genealogen hebben mij aanvullende gegevens gestuurd. Ik bedank Sipke Busscher te Hoogkerk en
Jan M. Bosker te Beilen voor hun aanvullende informatie over hun takken van de familie [BUSSCHER]. Ook bedank ik met
name Harm Selling te Amsterdam, Jacob Boerema te Annen, Doewe Veen te Zutphen, Jan Fester Wiegman te Heemskerk en Henk
Wolda te Bellevue (VS) en anderen die mij, al dan niet via de mailing-list groningen-genealogy@yahoogroups.com, via
e-mails en door het beschikbaar stellen van gedigitaliseerde bronnen, regelmatig van informatie hebben voorzien. Ook
een woord van dank aan Dick Kuil te Ten Boer en Jaap Tjadens (†) e.a., die veel informatie over Groningse bronnen
beschikbaar hebben gesteld via internet, waardoor in de loop van mijn onderzoek geheel nieuwe zoekmogelijkheden ontstonden.
Noten:
1. Omdat de achternaam Busscher in verschillende variaties voorkomt, wordt in dit artikel de schrijfwijze
[BUSSCHER] gebruikt als één van de varianten van de naam (dus willekeurig welke variant)
is bedoeld. Hoewel in het huwelijkscontract van de vroegst bekende voorouder Gerdt Jans de
naam Bosschert (schrijver) en Busschert (door hemzelf ) is gebruikt, heb ik de naam [BUSSCHER]
gekozen als basisvariant, omdat deze bij de vroegste generaties verreweg het meest voorkomt.
Waar verder in dit artikel een specifieke persoon wordt bedoeld, wordt de voor deze betreffende
persoon (meest) gebruikte variant vermeld.
2. Vanaf het begin van de 17e eeuw (in Meeden bijvoorbeeld vanaf 1602) werden zogenoemde huwelijkscontracten
opgesteld. Hierin werden afspraken vastgelegd die beide partners en vooral ook hun
wederzijdse families met elkaar maakten over financiën, bezittingen en land. Bij de opstelling
ervan waren familieleden en vrienden (‘dedigslieden’) aanwezig. Hoe welgestelder een familie
was en hoe meer familieleden er belang bij hadden, des te groter was vaak het aantal bij deze contracten
aanwezige personen (al gaat dit niet altijd op). Deze dedigslieden werden met naam en
toenaam in het contract genoemd. Ook werd vermeld in welke relatie zij tot een van beide huwelijkspartners
stonden. Tot slot ondertekenden zij – voorzover zij konden schrijven – zelf de akte.
Deze huwelijkscontracten leveren vaak veel interessante gegevens over familierelaties.
3. A. Pathuis, Groninger Gedenkwaardigheden, Teksten, wapens en huismerken van 1298 – 1814, Assen/Amsterdam
1977. Afgebeeld in: P. Bultsma, (tekeningen), G.A. Brongers en A.B. Dull tot Backenhagen
(red.): Familiewapens Drenthe, Friesland, Groningen, Noord-Nederlandse Heraldiek, Hoogezand 1987, pag.
49.
4. Mogelijk liggen een of meer leden van de familie Busscher begraven in de kerk van Meeden. Eerdaags
zal hier meer over bekend worden, als in het kader van een restauratieplan de houten vloer
van deze kerk wordt gelicht en de daaronder aanwezige grafstenen bloot komen te liggen. Helaas
laat de uitvoering van dit restauratieplan tot nu toe nog op zich wachten.
5. Deze grafzerken worden in Groninger Gedenkwaardigheden genoemd als voorkomend in: J.A.
Feith (e.a.), Grafschriften in Stad en Lande, Groningen 1910.
6. GrA, RA Veendam 17 juli 1665: Herman Hermans en Geertjen Thomas echtelieden in de Wildervanck
verklaren geld schuldig te zijn, wegens geleverde materialen als hout, steen, kalck ende
ijserwerk, tot opbouw van hun huis in de Wildervanck, staande tegenwoordig op nr. 6, aan Geerdt
Buscher en Siwertjen Pieters, echtelieden tot Suijdtbroeck wonende (bewerking D.Veen).
7. R.A. Ebeling, Voor- en familienamen in Nederland, Geschiedenis, verspreiding, vorm en gebruik, ’s Gravenhage
1999.
8. Zo vermeldt de klapper op de huwelijken voor de hele provincie Groningen van 1750-1811 bijvoorbeeld
Jan Derks Bosscher uit Emden (tr. 1787 in Bellingwolde), Jan Jans Bosscher uit Nordhorn
(tr. 1807 in Wildervank) en Kasper Hindriks Busscher uit Schilschersche, Westfalen (tr. 1808 in
Blijham). Ook de familie Busscher uit Nieuw-Beerta (zie paragraaf 6 van dit artikel) stamt althans
via de mannelijke lijn uit Duitsland (Grote Meer in Oldenburgerland). In Winschoten, tenslotte,
krijgen Jan Hindrix Busscher en Abelia Swart samen acht kinderen. (In het huwelijksregister is de
naam Busscher niet vermeld, wel dat hij afkomstig is uit Jerverderlandt (bij Oldenburg in Duitsland).
Bij alle doopinschrijvingen van zijn kinderen, en ook bij die van zijn zoon Hindrik, wordt
wel de naam Busscher vermeld).
9. GrA, tg. 731, inv.nr. 3513 (Boedelinventaris van Geert Hindriks Bosscher); GrA, tg. 731, inv.nr. 4485
(idem van Stijntje Geerts Bosscher) en GrA, tg. 731, inv.nr. 4647 (idem van Menje Geerts].
10. Ook A. van der Laan signaleert dit verschijnsel in zijn artikel over de familie Busscher (A. van der
Laan, ‘Busscher’, in: Jaarboek Gruoninga 2002, pag. 166-178).
11. Zie ook: R.A.J. Dix, ‘Vererving familienaam in vrouwelijke lijn’, in: Gens Nostra 61 (2006), pag. 212-
223.
12. Rob van Drie (red.), Voorouders in beeld, stamboom en familiegeschiedenis, ’s Gravenhage 1997, pag. 13-14.
13. Gegevens over deze familie zijn deels ontleend aan H. Langeland te Winschoten.
14. Gegevens over deze familie zijn deels ontleend aan H.O. de Graaf te Hippolytushoef.
15. GrA, RA Zuidbroek 25 maart 1640: Jan Jans anders Tonnis en Truijte te Zuidbroek te betalen aan
Lijsebeth Geerts wed. (doorgehaald: van Geert Jans Busschert) 12 gulden per jaar voor 200 gulden.
Met dank aan Harm Selling te Amsterdam voor deze informatie.
Voor de bijbehorende naamgenealogie zie
Naamgenealogie van de familie Busscher te Meeden
|